Terug op aarde

Het is elf uren vliegen van Tokio naar Atlanta, dan zes uren wachten en vervolgens nog acht uren vliegen naar Santiago in Chili. Ik kom aan met een enorme jetlag. Vliegen is een heel akelige manier van verplaatsen. De douanebeambte zet een stempel in mijn paspoort, “bienvenido”. Buiten is het lekker warm. De mimosa en de bougainville bloeien. In Siberië zat de winter me op de hielen maar na Skovorodino bleef ze achter. In het noorden van Honshu voelde ik weer haar adem in mijn nek, op Kyushu had ik de winter van me afgeschud maar in Tokio was ze er weer. Nu heb ik gewonnen.

Santiago heeft de allure van een provinciestad, zeker na Tokio. Geen grand decor. Bescheiden nieuwbouw en veel Spaans koloniale huizen met de patina van een lang leven als huurkazerne. Was hangt op de balkons en moeders over de balustrade. Een kind wringt een ijsje uit me, “gracias signor”, en een man duwt een kerstkaart in mijn hand waarvoor ik onmiddellijk honderd peso moet betalen want ik heb de kaart aangenomen. Geen “gracias”. Jongens met tatoeages, kniebroek en mouwloos T-shirt. Meisjes in zomerjurk. Hand in hand, zoenend op een bankje in het park; de meisjes versieren de jongens. Weke klanken van de trompet tijdens de kerstmis. Het beeld van Sint Franciscus is omringd met foto’s van honden en een enkele kat en met dankbetuigingen voor verleende gunsten. Bij de heilige Bernardus van Palermo zijn de gevraagde gunsten en de dankbetuigingen op de muur geschreven. De heilige Clara van Assisi, de heilige Antonius, de Moeder Gods. Een jongen en een meisje, zó ineen gestrengeld dat het één lichaam lijkt, raken de voet aan van Christus aan het kruis en bidden even. Ze zoenen buiten in de zon. Ik ben weer terug op aarde.

Chili raakt een gevoelige snaar: de coup van ’73. Ik herinner me de televisiebeelden van het zwaar beschadigde en brandende Moneda paleis en de laatste foto’s van president Allende, met een machinegeweer in de hand. Het paleis ziet er nu keurig uit. Op het plein er voor staat een standbeeld van Allende. Geen standbeeld van de couppleger Pinochet; toch gerechtigheid. Het Museo de la Solidaridad Salvador Allende toont artistiek vormgegeven herinneringen aan het tijdperk van de Zuid-Amerikaanse dictaturen. Ook foto’s. Een foto van verdwenen Fernando. Een tiener met een engelgezicht, het halflange haar achter de oren en ogen die afwachtend vragend in de camera hebben gekeken. Zijn laatste foto. Een mooie foto ook, met schaduw over de helft van zijn gezicht. Fernando gaat met mij mee op de geheugenchip van mijn camera, naast Masaaki. Dan hebben ze gezelschap aan elkaar. Op de bovenverdieping van het museum is een aardige tentoonstelling van kunst uit de jaren zestig en zeventig. Veel geometrie, veel lijntekeningen. Onschuldige optimistische wereld.

Fernando, zijn laatste foto.

Fernando was nog een tiener toen hij verdween in de hel van de dictatuur.

Valparaiso is nog aardser dan Santiago. De vervallen palacio’s in de benedenstad getuigen van de weelde toen Valparaiso een wereldhaven was, voordat het Panama-kanaal in gebruik werd genomen. Nu ligt er een containerschip en een cruiseschip aan de kade en een schip in het dok. Verderop wat marineschepen. Het kan verkeren. Sommige palacio’s zijn opgeknapt en in gebruik bij de gemeente, de marine, de douane, de banken. Ze laten zien wat palacio’s kunnen zijn en maken zo het verval bezienswaardig. Hoog op de heuvels, in de koelte van de zeebries, liggen de villa’s van de leisure class: de villa van Lord Cochrane (een onafhankelijkheidsheld), het Palacio Barburizza (een Art Nouveau juweel), de villa van dichter Pablo Neruda. De Avenida Allemana verbindt de miradors, uitzichtpunten met bakstenen plaveisel, barokke balustraden, schaduw gevende bomen en palmen, bankjes voor de liefde en voor het genot van het zicht op de geweldige zee en de schepen op de rede die opdoemen uit de mist die ligt als een muur voor de kust. De leisure class bezet de mooiste punten van de bovenstad; de rest is voor het gewone volk, in brokkelige appartementsgebouwen en huizen met golfplaten gevels. Huizen in felle kleuren: geel, diepblauw, paars, groen en veel roze, oranje en rood dat gloeit in het licht van de namiddagzon. Muurschilderingen van Zuid-Amerikaanse naïviteit en leuzen van zomaar-gedachten: “De revolutie is onvermijdelijk”. Een feest. Kinderstemmen en pianoklanken. Honden die overdag languit op de stoepen liggen te slapen en ’s avonds als pubers in groepen door de stad schuimen. Mens en hond hebben een niet-aanvalsverdrag gesloten. Vanuit de benedenstad kronkelen straten met kinderkopjes, steegjes en trappen omhoog tussen gevels met wasgoed. Ascencors vergemakkelijken het verkeer tussen beneden en boven. Een kruising tussen een lift en een kabelbaan: kleine cabines op rails die aan kabels langs de hellingen bewegen, vernuftige constructies. Er zijn veel ascencors en ze hebben namen: Artillera, El Peral, Cordillera, Concepcion, Spiritu Sancto. Die lift neem ik het liefst al moet ik er een eind voor omlopen: de lift van de Heilige Geest.

Valparaiso.

Valparaiso, huizen in felle kleuren: geel, diepblauw, paars, groen …

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Zuid-Amerika en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s