Volkomen beheersing met het simpele gebaar

Japan had ooit honderden kastelen van even zoveel feodale heersers. In de Meiji-periode zijn ze bijna allemaal afgebroken of verwoest om die feodale macht te breken en de weg vrij te maken voor de modernisering. Slechts een handvol is ontsnapt aan de destructie-ijver. Die handvol is de moeite waard: sierlijk en fragiel als een pagode, dak boven dak. Alleen de stevige bastions verraden dat het hier niet gaat om lusthoven maar om echte verdedigingswerken. Het kasteel van Inuyama ligt idyllisch op een klif aan de rivier. Dat van Matsumoto is een prachtige edelsteen in de lelijke zetting van de moderne stad. Wat geldt voor de kastelen geldt voor de historische steden: verwoest. Verwoest door de Amerikaanse bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog en wat er over was is in de jaren van het Economisch Wonder onder de bulldozer terecht gekomen. Takayama, een charmante kleine stad, is ontsnapt aan beide en staat daarom op de Unescolijst van werelderfgoederen. Ach, er is in Japan zoveel verwoest en zoveel als een fossiel geconserveerd of gereconstrueerd in gewapend beton. Behalve de tempels en de schrijnen.

Het kasteel van Himeji.

Het kasteel van Himeji, tussen Kobe en Okayama.

Japan staat tjokvol boeddhistische tempels en Shinto schrijnen. Ik bezocht ze op Sado-ga-shima, in Hirosaki, in Hiraizumi, in Nikko, in Takayama en ik moet nog die in Kioto bezoeken en die in … en in … . Japan staat tjokvol tempels en schrijnen en ze lijken allemaal op elkaar. Er schijnen veel verschillen te zijn maar je moet een kenner zijn om die te zien en te duiden. De tempels en schrijnen zijn, zonder uitzondering, houten gebouwen van bescheiden afmetingen. De Japanse traditionele architectuur is niet de architectuur van het grote gebaar. Aan de buitenzijde, blootgesteld aan weer en wind, is het hout grijs; van binnen, geschuurd en gelakt, diep donkerbruin. Dat prachtige hout is van de Japanse ceder. De wanden van de tempels en schrijnen bestaan uit panelen die opengeschoven kunnen worden zodat binnen en buiten in elkaar overgaan. In die schuifpanelen zitten lichtopeningen van dik wit papier, gevat in een traliewerk van dunne houten latten. Lichtopeningen, geen vensters: niet om naar buiten te kijken maar om licht in te laten; een zacht melkwit licht. Prachtig licht! De wanden zijn dubbel uitgevoerd: voor de panelen met de lichtopeningen bevinden zich gesloten panelen die ook kunnen worden opengeschoven. Ze hebben de functie om het papier van de lichtopeningen te beschermen tegen de regen, om ’s winters de warmte binnen te houden en om de lichttoetreding te regelen. Architectuur gaat uiteindelijk om de beheersing van de ruimte en het licht en die beheersing heeft in de Japanse tempels en schrijnen een hoge graad van perfectie bereikt. Sommige tempels hebben hoge daken en dus ook een hoge binnenruimte. Daarin is een constructie van balken aangebracht. Die constructie heeft zeker niet alleen een steunfunctie maar heeft ook tot doel die hoge ruimte te beheersen, grijpbaar te maken. Het hout, de schuifwanden, de balkenconstructie: elementen van een uiterst elegante architectuur. Elegant, in de betekenis van simpel, precies passend, zoals de oplossing van een wiskundig vraagstuk elegant kan zijn. Niet ‘gemakkelijk te bedenken’ maar ‘teruggebracht tot de essentie’. Volkomen beheersing met het simpele gebaar. De verbindingen maken een vanzelfsprekend deel uit van die architectuur. Het zijn eenvoudige open en halfopen pen-en-gat verbindingen, gefixeerd met spieën. ‘Eenvoudig’ is schijn: het is een kunststukje zo’n verbinding goed te maken.

Ik bezocht het huis van een samurai in Hirosaki en het huis van een koopman in Takayama. Museumhuizen. In huizen gaat er niet alleen om het licht te beheersen en binnen van buiten te scheiden; de opgave is ook de ruimte in te delen. Er moet daar immers geleefd worden: gekookt, gegeten, geslapen, gewerkt, gewassen, gerelaxed. De oplossing: schuifpanelen, kamerschermen en hekjes. Uiterst flexibel, ruimte naar behoefte, en uiterst elegant. In het huis van de koopman zag ik een ingenieuze wand van dubbel latwerk dat over elkaar heen geschoven kan worden zodat zowel een open als een gesloten wand kan worden gemaakt. Privacy naar behoefte! Die huizen zijn vrijwel leeg, niet vanwege de museale bestemming maar omdat huizen in Japan nu eenmaal zo waren. Er staat een enkel tafeltje, een kastje tegen de muur, er is een vuurplaats met daaromheen tatami’s, matten van gevlochten rijststro. Er zijn geen ruimtevretende bankstellen en geen bedden. Japanners sliepen en slapen op matten die overdag, met andere spullen, worden opgeborgen achter schuifwanden. De leegte benadrukt de ruimte.

Interieur Tagushi's huis, Takayama.

Tagushi’s huis in Takayama; interieur met vuurplaats, matten en scheidingshekje.

Met die tempels en schrijnen heb ik lang moeite gehad. Ondanks de bewondering voor de details – het hout, de schuifwanden, de verbindingen – maakten ze geen onuitwisbare indruk. Ik ging teveel op in die details en ik ben meer bekend met de architectuur van het grote gebaar. Ik kreeg pas waardering toen ik die tempels en schrijnen in hun omgeving leerde zien. De omgeving waarin ze staan is belangrijk: tegen een boshelling, op een heuveltop, aan het einde van een bospad, de omgevende tuin. En dan leer ik weer die tuinen zien. Japan is een zoektocht voor de ogen. Die tuinen ben ik lang voorbij gegaan, met de gedachte ‘oh, een tuin’. Oppervlakkig bekeken lijkt een Japanse tuin op een Engelse parktuin: getemde natuur. Bij nadere beschouwing is het een totaal ander concept. Bij de Engelse parktuinen zijn de grote lijnen bepaald waarbinnen de natuur haar gang kan gaan. De Japanse tuin daarentegen bestaat uit precies vormgegeven afzonderlijke elementen die heel zorgvuldig zijn samengevoegd tot één geheel. Die éne boom waarvan de vorm heel precies bepaald is. Het bomengroepje, gecomponeerd op herfstkleuren: het felle geel van de ginkgo met het rood van de essen – vuurrood, oranjerood, paarsrood, bruinrood – en het groen van dennen en ceders. In Japan komt spectaculaire natuurlijke schoonheid uit mensenhanden. Het mosgazon, de stenen van het pad, de tuinlantaarns en de spiegelende waterpartijen van de Joshikien tuin in Nara: allemaal details. Na de details komt weer de omgeving. De herfstkleuren in de tuinen van de Tenryu-ji tempel in Kioto krijgen reliëf tegen de achtergrond van het bamboebos met intens groene pluimen en witte stammen. De Iso-Teien tuin bij Kagoshima: zorgvuldig gestileerde bomen tegen het grand decor van de Sakurajima vulkaan. Het is allemaal zorgvuldig bedacht en geschikt. Volkomen beheersing met het simpele gebaar.

Nara, Yoshikien tuin.

Yoshikien tuin in Nara: niets is aan het toeval overgelaten.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Japan en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s