Star Wars

Ik heb Caïro gedaan en Istanbul en Teheran en toch ben ik bang voor Tokio. Om het mezelf niet te moeilijk te maken neem ik de Tohoku Expressway. Dat is wel duur, een tolweg, maar ook lekker: drie rijbanen en de motor kan weer eens in galop. Bij Kawaguchi, nog bijna dertig kilometer van het stadsmidden, divergeert de snelweg tot een ingewikkeld stelsel van kransslagaderen. Ik moet de verbindingsweg hebben tussen de Tohoku en de Kan-Etsu Expressway en bij Nerima de afslag nemen naar het stadsdeel Ikebukuro waar ik een hotel heb geboekt. Het stelsel van expressways in Tokio is een fenomeen uit een Star Wars film: drie lagen met elk drie rijbanen in beide richtingen. Ik rijd ter hoogte van de boomkruinen, zwevend, kronkelend tussen de wolkenkrabbers. Rijbanen komen uit en verdwijnen in de diepte. Bij de afslag Ikebukuro Station verdwijn ik zelf in de diepte. Zonder veel moeite vind ik Kimi Ryokan.

Ontbijten doe ik bij een van de filialen van Caffe Veloce. De koffie is daar goed en betaalbaar en hetzelfde geldt voor de broodjes. Het is er aangenaam druk zonder dat ik naar een tafeltje hoef te zoeken. Scholieren en studenten maken er hun huiswerk, salarymen zijn in de weer met een rekenmachientje of notebook, businessmen overleggen. Maar de meesten turen ingespannen op het beeldschermpje van hun mobiele telefoon met internet en razende vingertjes tikken SMS-berichten of spelen een netwerkgame. Stemmen hoor ik nauwelijks. Caffe Veloce vind ik typerend voor Tokio: informatie. Informatie golft in onzichtbare terabytes door de ruimte, materialiseert op grote billboards en megascreens. In de treinen en de metro klinkt een fluwelen vrouwenstem, in het Japans en het Engels: “This is the Yamanote Line bound for Shinjuku. The next station is …. The doors on the left will open.” Wie de gesproken informatie heeft gemist kan hetzelfde lezen op de videoschermen boven de deuren. Daarop worden ook de bijzonderheden van het treinverkeer getoond: welke trein vertraging heeft of is uitgevallen en wat de oorzaak is. De Yoetsu Shinkansen Line ligt al dagen stil als gevolg van een aardbeving bij Niigata. Het is allemaal informatie.

De treinen en de metro zijn een belevenis. Langer dan twee minuten hoef ik niet op een verbinding te wachten. De stations zijn ware steden met winkels, warenhuizen en kantoren. Honderden bordjes wijzen naar de uitgangen – east, west, north, south, central, metropolitan – naar de exits van het ondergrondse gangenstelsel – genummerd als de terminals van een vliegveld: B6, C12 – naar ticket offices, naar travel agencies en naar de winkels. Het ondergrondse gangenstelsel strekt zich uit tot ver in de omgeving. Vanuit Shinjuku Station kun je lopen naar de kantorenwijk en naar je werkplek zonder daglicht te hebben gezien. Ikebukuro Station en Shinjuku Station zijn de grootste en ik verdwaal er elke keer. Shinjuku Station verwerkt dagelijks honderdduizenden reizigers. Salarymen in donkere pakken, salarywomen in donkere mantelpakjes. De individualiteit zit in het streepje of de textuur van de stof, in het dessin van het overhemd, de stropdas of de schoenen. Allemaal individuen, miljoenen. Veel jongens en meisjes met knappe gezichten, energiek en zelfverzekerd, bezig met de lange mars door de burelen. De gearriveerden dragen meer casual kleding, de scholieren uniformen, de studenten zijn heel alternatief, de minder geslaagden dragen bedrijfskleding en de verliezers zijn herkenbaar aan hun sjofele klofje. Ze worden allemaal verwerkt door het station.

De Yamanote ringlijn verbindt alle centra van Tokio: Ikebukuro, Ueno (waar je moet zijn voor de grote musea), Akihabara (of wel ‘electric city’, voor elektronica), Tokio Central (voor het keizerlijk park en het koopdistrict Ginza), Shibuya, Shinjuku. De Yamanote lijn is de beste manier om Tokio te zien en goedkoop bovendien: koop een kaartje naar het eerstvolgende station en reis in tegenovergestelde richting. Er zijn geen conducteurs en de elektronische tourniquets bij de stationsuitgangen weten toch niet hoe je er gekomen bent. Van al die centra vind ik Shinjuku het indrukwekkendst. Oost Shinjuku is een koop- en vermaakdistrict. Warenhuizen zijn hele steden en heten ook ‘my city’. Konikuniya is een boekenwarenhuis van wel zeven verdiepingen. Er zijn ‘creative shops’ waar je cadeaus kunt kopen die je zelf niet had kunnen verzinnen. Er zijn outdoorshops waar je de uitrusting voor een bezoek aan de Zuidpool kunt kopen en ook de reis kunt boeken. Er is belangstelling voor. Er zijn restaurants met elke smaak uit elk land ter wereld – op straat worden ook ‘Belgian waffles’ verkocht – en voor elke beurs. In Shinjuku kun je eten voor vijf dollar maar ook voor duizend en meer. De grote Europese en Amerikaanse merknamen rijgen zich aaneen tot guirlandes van luxe: Chanel, Dior, Versace, Armani, Timberland, Gap, Benneton natuurlijk.

s Avonds wordt Oost Shinjuku helemaal geweldig als de straten bevolkt raken met de duizenden salarymen uit de kantoren van West Shinjuku, groepsgewijs op zoek naar vertier, het tasje met het notebook over de schouder maar de stropdas los. Neonreclames gieten sprookjeslicht. Hoog boven alles uit torenen de enorme reclames van de grote Japanse ondernemingen: Canon, Epson, Sony, Mitsubishi. Daarboven nog de lichtstrepen van de kantooretages en de rode waarschuwingslichten voor de vliegtuigen die tegelijkertijd de contouren van de gebouwen accentueren. Maar het sprookje wordt gemaakt door het neon van de kleine winkels en ondernemingen. Dichter bij de grond en in felle concurrentie moeten zij aandacht trekken door te pulseren, op te bouwen en af te breken, van kleur te verschieten. Rood, geel, groen, blauw, paars en omgeven door gloeilampen die pijlen vormen: ‘hier, op de fifth floor, hier ben ik.’ Megascreens tonen nonstop reclame. Hier beweeg je op de maat van de herzen.

Neon reclames in Tokio

Neon reclames gieten sprookjeslicht.

Geweldig is ook West Shinjuku, de kantorenwijk, skyscraper district. Tokio kent, als andere Japanse steden, geen merkbaar stedenbouwkundig plan maar de wolkenkrabbers van West Shinjuku zijn gevat in een streng traliewerk van brede avenues met ongelijkvloerse kruisingen. Nomura Building, Sumitomo Building, Mitsui Building, Centre Building: trotse torens met glanzende gevels. Achter de duizenden ramen wordt gedacht, overlegd, beleid en plannen gemaakt. Daar zetelen de hersens van de grote Japanse ondernemingen, van de stad en van het land. Tussen de wolkenkrabbers zijn parken en fonteinen aangelegd en kunstwerken geplaatst. De natuur is er te gast, een vreemdeling aan wie streng geordende plaatsjes zijn toebedeeld. Van dat alles zijn de Metropolitan Office Buildings van architect Kenzo Tange het indrukwekkendst. Twee tweehonderdvijftig meter hoge torens rijzen op en zijn verbonden door een muur van verdiepingen. Een gebouw als een stad uit de Star Wars films (het is omgekeerd: Star Wars is een projectie van Japan. De Prins der Duisternis draagt een samoerai helm). De torens zijn te bezoeken. Een pijlsnelle lift gaat naar de vijfenveertigste verdieping op tweehonderd meter hoogte. Het uitzicht is een sensatie. Diep beneden kronkelen de expressways tussen wolkenkrabbers. Auto’s als mieren volgen onzichtbare voorgeschreven lijnen. Van dat leven daar beneden dringt geen geluid tot boven; geen schreeuw, geen piepende banden. De Metropolitan Office Buildings zijn de reuzen van skyscraper district en ik kan de naburige wolkenkrabbers bekijken van boven naar beneden. Een stenen wereld golft naar de horizon waar Mount Fuji net zichtbaar is in grijze contouren, honderd kilometer verderop. Mensen schuifelen van raam naar raam en wijzen elkaar fluisterend objecten aan: “Kijk daar, achter die wolkenkrabber, daar moet ons huis staan.” Zacht klinkt op die vijfenveertigste verdieping het beroemde Adagio van Albinoni. De top van de muzikale sensatie versterkt de top van de visuele sensatie. Dit is totaaltheater. Laat het maar aan de Japanners over om je in te pakken.

Metropolitan Office Buildings, Tokio.

Metropolitan Office Buildings van architect Kenzo Tange.

Over Japan schreef ik eerder in verkleinwoorden – een poppenlandje – maar Tokio kan alleen in de overtreffende trap worden beschreven. God schiep de wereld, op de eerste dag de hemel en de aarde en op de zesde dag de mens. Hier is de mens verder gegaan en schiep zijn eigen wereld. Hier is de mens meervoud geworden, in de betekenis van collectief én pluralis majestatis. Wij, de Mens!

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Japan en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s