Diana’s geste

Hoewel het verstandig is wat langer in Vladivostok te blijven, om aan te sterken, heb ik mijn vertrek naar Japan geregeld. Ik vaar met de Rus van de Far East Shipping Company naar Fushiki. Ik durfde niet langer uit te stellen. De winter komt er aan, hoewel er nu nog niets aan de hand is, mijn verblijf in het Amursky Saliv hotel kost vijfenveertig dollar per nacht en ik werd gealarmeerd door een verhaal dat ik op het internet vond van twee motorrijders die dezelfde overtocht maakten: “Het regelen van de tickets voor ons en de motoren was gemakkelijk en gedaan in tien minuten. Maar het kostte ons drie weken om de motoren door de douane te krijgen. Niemand was bereid de noodzakelijke formulieren in te vullen en af te stempelen. We zijn vijf dagen bezig geweest het ene formulier te bemachtigen dat noodzakelijk is om de motoren over te brengen naar de douaneloods. Vervolgens stonden de motoren twee weken in de loods en er gebeurde niets. Elke dag renden wij, de medewerkers van de veerbootmaatschappij en leden van de Iron Tigers van kantoor naar kantoor om de motoren van de douaneloods naar het schip te krijgen. Uiteindelijk vertrok het schip zonder ons en wachtten we een week op het volgende. In die week regelden de Iron Tigers de betaling van de douanebeambte, van de beheerder van de douaneloods en van de havenwerkers. Alles tezamen vijftig dollar.” Gelukkig is sindsdien een en ander verbeterd in de havenprocedures en ik heb hulp gehad van Diana van scheepsagent BIS die zich voor mij in het douanelabyrint heeft begeven.

Het aanschaffen van de tickets bij BIS is inderdaad gemakkelijk en in tien minuten gedaan. Ik heb een plek in een vierpersoonshut op het binnendek geboekt voor negentig dollar, het goedkoopste tarief. Het vervoer van de motor kost ook negentig dollar maar moet op het schip worden betaald. Voor het regelen van de douaneformaliteiten moet ik wachten op Diana. Die komt na een uurtje. Diana is een opmerkelijke verschijning: in een roze mantelpakje met diep decolleté en de rok boven de knie, hoog gehakt en stevig geblondeerd. Diana besteedt geen tijd aan rituelen: “Oké. Morgenochtend om negen uur sta jij hier voor de deur. Je hoeft je motor niet mee te brengen, alleen je papieren. Zorg dat je op tijd bent.” Ik heb het hart niet ook maar één seconde te laat te zijn. Precies om negen uur komt Diana aanscheuren in haar vrouwen-fourwheeldrive, zo’n Japanse ultralight. Ze remt af, brengt de auto niet helemaal tot stilstand, opent het portier aan de bijrijderszijde en commandeert “instappen”. Nog voor ik het portier heb gesloten trekt ze alweer op en scheurt over het haventerrein. Hier en daar snijdt ze een bocht af, neemt een stoepje mee. Haar auto is mudvol vrouwendingen: pluche beesten, raamplakkers, fotootjes. Heel veel roze. Tussen Diana en mij staat haar damestas. Die puilt uit van spiegeltjes, lipsticks, nagellak, kammen, pennen en notitieboekjes met roze kaft. Ze heeft twee mobieltjes en die gebruikt ze allebei, tegelijkertijd, tijdens het rijden. Ik krijg geen kans haar iets te vragen. Voor het douanekantoor scheurt ze een parkeervak in. Ze beent naar binnen op haar hoge hakken, tas in de hand, mobieltje aan het oor. Ik heb moeite haar te volgen. Binnen wijst ze naar een bank: “Ga daar zitten. Loop niet weg, ik wil je niet zoeken als ik wat moet vragen.” Ik zie haar allerlei deuren met geheimzinnige opschriften in gaan en andere weer uit komen, langs loketten schuiven en met ambtenaren in conclaaf gaan. Het exporteren van een motor gaat niet zomaar. Af en toe komt ze iets vragen: “Waar is je importdocument?”, “Wat is het serienummer van het motorblok?’ En ondertussen groeit de stapel papier onder haar arm. Aan het einde van de ochtend zegt Diana: “Voor vandaag is het genoeg geweest. Maandag gaan we verder en, oh ja dat vergat ik je te vertellen, mijn bonus is honderd dollar.” Honderd dollar! Ik ben te verbluft om iets te zeggen en dat kan ook niet want Diana is alweer vertrokken.

Ik nam me voor haar over die bonus en de wijze waarop ze die ter sprake brengt eens stevig te onderhouden maar maandag is ze weer zo druk als vrijdag. Nu zie ik de stapel papieren onder haar arm steeds dunner worden totdat er nog maar één formulier overblijft dat ik moet tekenen. Dat doe ik haar niet na en daarom heb ik zonder morren de honderd dollar betaald. Het is veel maar ze heeft ook geleverd, tot en met de inscheping van de motor waarop ze persoonlijk heeft toegezien. Op het laatste moment vraagt ze mijn ticket en wijzigt het hutnummer. Ik krijg een tweepersoonshut aan de buitenzijde en die is ook voor mij alleen; met douche en toilet. Zo luxe heb ik nog nooit gevaren. Diana’s geste omdat ik niet gemord heb over haar bonus?

 

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Siberië, Mongolië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s