Community Based Tourism

Achter Kegen verandert het landschap van een droge vlakke steppe in een brede vallei met lang groen gras, bespikkeld met bloemen en wuivend in de wind. Naar de kop toe wordt het dal nauwer en raken de hellingen bedekt met naaldbomen. Zo is Kirgizstan: grasvlakten, naaldbossen, bergen, ongenaakbare sneeuwbedekte toppen, meren. Als Zwitserland maar de bergen zijn hier hoger en het landschap leger, ongerepter en vooral ongepoetster. Echte natuur. Kirgizstan trekt bijpassende toeristen: fietsers, wandelaars, bergbeklimmers. Bij het type toeristen hoort bescheiden accommodatie: kleine hotels en vooral bed and breakfast – in fonetisch Russisch ‘zdajoe kompad’, ‘ik verhuur kamers’. Community Based Tourism heet dat. Het doel is de mensen een klein aanvullend inkomen te laten verdienen en tegelijkertijd de Kirgizische tradities te beschermen. Ik ben dol op CBT: mij biedt het de mogelijkheid bij gewone mensen thuis te komen en te verblijven voor een uiterst schappelijke prijs. B&B kost tussen de tweehonderd en driehonderd Som en een avondmaaltijd ongeveer honderd Som; zo ben ik voor minder dan tien dollar onder de pannen.

Mijn moeder maakt zich vreselijk veel zorgen of ik elke dag wel een dak boven mijn hoofd zal vinden. Ze moest eens weten hoeveel moeders voor mij een bed hebben opgemaakt, een maaltijd bereid, thee gezet. In het dorp Kochkor ben ik terecht gekomen bij een boerengezin. Ze hebben me heel vriendelijk ontvangen met thee, tomatensalade, brood en koekjes. En ze boden een kom koemoes, gefermenteerde paardenmelk, aan. Ik mijd melk, of het nu van koeien, schapen, geiten, kamelen of paarden is. De melk is rauw en je weet niet welke ziekten die beesten met de melk meegeven. Melk is niet overal gezond. Van koemoes weet ik niet of fermentatie desinfecterend werkt. Mijn afwijzend bedankje werd niet begrepen en zo verscheen er toch een kom paardenmelk. Ik heb er beleefdheidshalve een paar slokjes van gedronken. Kirgiezen zijn gek op koemoes maar ik heel wat minder. Het smaakt bitter en zuur; doet denken aan kots na een avondje stappen. In Naryn vond ik onderdak bij een stadsgezin, een moeder met haar dochter. Mijn motor mocht in het berghok van de buurman, tegen twintig Som. Een stadsomgeving heeft voordelen: een net niet helemaal koude douche in plaats van een kraantje, een heus toilet in plaats van een beerput. Het is een tweekamerwoninkje in een groezelig en afgeleefd appartementengebouw maar van binnen verbeten proper gehouden. Witte vitrage, geboende tafel en kast, geverfde muren, plastic bloemen. Op mijn bed zit een beer, vast en zeker van de dochter. Omdat het maar een tweekamerwoninkje is, zijn moeder en dochter bij de buren ingetrokken. Niet nadat moeder nog een lekkere stoofschotel van weinig vlees en veel groenten voor mij heeft klaargemaakt die ik in het keukentje kan opeten. In de buurt van Cholpon Ata heb ik een paar dagen gelogeerd bij Tatjana in haar yurt. Een yurt is een nomadenwoning. Geen tent maar een huis, een neem-je-huis-op-en-wandel huis. Een yurt heeft een skelet van dunne houten latten dat aan de buitenkant bedekt is met vilten lappen die met touwen op hun plaats worden gehouden. Een yurt ziet er daardoor uit als een ingepakt cadeau. Er is een heuse houten deur maar geen raam, wel een dakopening die met een vilten lap kan worden afgesloten. Binnen liggen tapijten en matten op de grond. Volgens Tatjana kan een yurt op één kameel of twee paarden worden vervoerd en is een tweede kameel nodig voor de inventaris.

Tatjana is tegen de veertig en Russisch blond. Ze heeft een man, die nu op de hoge bergweiden is, en een zoontje Batek. Batek is acht en heel gezeglijk, als je het herhaaldelijk zegt. “Niet op de motor.” Ik ben bang dat de motor omvalt als hij er op klimt; dan wordt Batek verpletterd onder tweehonderd kilogram. Hij komt elke ochtend groeten met “priwjet” en “paka”; het betekent heel informeel ‘hoi’ bij het komen en gaan. Vorig jaar heeft de coördinator van Community Based Tourism Tatjana aangeraden een B&B-yurt te beginnen. Ze heeft met haar man overlegd en die vond het goed – mannen bemoeien zich niet met dat soort zaken – en toen hebben ze een nieuwe yurt laten maken. Ze spreekt redelijk Engels. Dat heeft ze geleerd op een cursus voor vrouwen van het Peacecorps. De Verenigde Staten houden momenteel erg van Kirgizstan; als de VS niet van je houden komt het Peacecorps niet. Ze heeft ook een woordenboekje gekregen met hulpzinnen als “Ik ben erg ziek. Wilt u een dokter bellen?” Er is in de wijde omtrek geen telefoon. Tatjana is nu een jaar in de B&B-business, het gaat goed en ze vindt het leuk. Trots laat ze me het schriftje zien dat ze van de CBT-coördinator moet bijhouden. Ze heeft Israëliërs gehad en Fransen en Spanjaarden maar vooral Japanners en Koreanen. Van die coördinator heeft ze ook allerlei foldertjes gekregen met beschrijvingen van trips die gemaakt kunnen worden. “Nee, geen meerdaagse trektochten in de bergen” zegt ze “ik kan Batek niet achterlaten.” Ik kan wel mee naar haar man. Te paard. Dat ik geen enkele ervaring heb met paarden is volgens Tatjana geen probleem: ‘tjoet’ is vooruit, ‘trrr’ is halt, teugels naar links trekken drijft het paard naar links en teugels naar rechts naar rechts. Die man is nog moeilijk te bereiken: een tocht van meer dan drie uur in een houding die ik niet gewend ben, door nauwe kloven. Als we eindelijk boven op de bergweiden zijn zwaait Tatjana met haar hoed naar het stipje dat haar man moet zijn en galoppeert weg. Ik sukkel er achteraan; galop is niks voor mij. Later, als we weer beneden zijn, helpt Tatjana me uit het zadel, want mijn benen zijn stijf en mijn knieën doen pijn. “Ik wist wel dat je het kon want je kunt ook motorrijden” zegt ze. Is paardrijden en motorrijden hetzelfde? Er zit wat in: ook motor en rijder moeten één zijn en ook een motor heeft leiding nodig, elke meter. Toch is er een groot verschil, misschien geen verschil in aard maar in dimensie. Een motor is een bijna-dier maar een paard een bijna-mens. Ik had het voor geen goud willen missen.

Te paard in de bergen van Kirgizstan.

Paardrijden: “Ik wist wel dat je het kon want je kunt ook motorrijden” zei Tatjana.

Tatjana heeft drie yurts: de gastenyurt (die ze soms per ongeluk “touristyurt” noemt), de yurt voor haar eigen gezin en de yurt voor haar schoonouders (“the father and mother of my husband”). In mijn yurt staan vier bedden maar gedurende mijn verblijf is de yurt voor mij alleen. Verder een laag tafeltje en een paar zitkussens. Er is geen licht want er is geen elektriciteit. Rijkere nomaden hebben een generator; die hebben licht en soms ook televisie. Ter verhoging van de huiselijkheid heeft Tatjana het dak behangen met vitrage zodat mijn yurt er van binnen uitziet als een rond hemelbed of een wieg. Ze laat me haar eigen yurt zien. De inventaris bestaat uit twee commodes, een rek met keukenspullen en een stapel slaapmatten. Nomaden zien niets in een bed. Een bed is lastig te vervoeren. De bedden in de gastenyurt zijn dus on-nomadisch maar ik ben blij met een bed op pootjes sinds mijn verblijf bij Abat Abichov in Türkistan, waar ik sliep op een slaapmat en daardoor slachtoffer was van een veldslag tussen insecten. Een yurt is heel comfortabel en absoluut waterdicht, zegt Tatjana, maar tijdens mijn verblijf valt er een hevige stortbui; het regenwater komt door de dakopening met bakken naar binnen omdat ik niet weet hoe de vilten lap over de opening te trekken en stroomt ook van buiten onder de wanden door de yurt in. Ik ben dubbel blij met mijn bed op pootjes. Tatjana zegt niets van het onweer te hebben bemerkt maar ’s middags zie ik toch enige van haar tapijten buiten te drogen liggen.

Tatjana’s schoonouders zitten voor hun yurt in de zon op een laag bankje. Ze kijken toe hoe ik mijn motor aflaad en de spullen naar binnen breng. “Ne koeda?” roept de oude man, ‘waarvandaan?’. “Galandija” “Da” (‘ja’ maar het is ook een stopwoord, als ‘oh’). “Waar is dat?” “In Avrupa!” “Da” De motor heeft zijn interesse. Hij veegt zijn vrouw van het bankje en wenkt me. Ik moet naast hem komen zitten, hij wil praten. “Carburateur of injectie?” Hij heeft verstand van motortechniek! Ja, vertelt hij trots, in zijn diensttijd heeft hij motor gereden en hij heeft zelf een Planeta gehad. Nog steeds laat hij zich door passanten informeren over de nieuwe ontwikkelingen in motortechniek. Ik zeg dat Kirgizstan een mooi land is en dat het fijn moet zijn Kirgies te zijn. “Wij zijn geen Kirgiezen” roept de oude man “wij zijn Kazachen!” En dan komt het verhaal. Toen hij nog een jongen was – het moet ergens in de jaren veertig of vijftig zijn geweest – zwierf zijn familie met de kudde over de Kazachse steppe. Maar de communisten bedachten de steppe tot akkerland te maken. De familie kon kiezen: op het land werken of naar de fabriek of wegwezen. Ze zijn weggegaan, naar de bergen in Kirgizstan. Daar werden ze gedwongen met andere nomaden een collectief te vormen maar “wij hielden stiekem bij welk vee van wie was. De Russen konden het verschil toch niet zien. Nu is het communisme voorbij, zijn de Russen verdwenen en zorgt ieder weer voor zichzelf.” Hij wijst naar de kudde paarden en koeien in de verte: “van mij.” “Van mij en mijn man” zegt Tatjana later. Tatjana vertaalt alles geduldig. De oude man keurt haar geen blik waardig. Aan het einde van het gesprek zegt Tatjana iets tegen hem dat ik niet versta maar ik zie dat hij even met beide handen haar hand vasthoudt en dan zijn gezicht aanraakt. Respect. Het moet voor Tatjana geen eenvoudige opgave zijn getrouwd te zijn met een nomade en een nomadische schoonfamilie te hebben. Ze moet erg veel van haar man houden of misschien ook wel van het nomadenleven.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Centraal Azië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s