Van Shymkent naar Almaty

Van Shymkent via Taraz naar Almaty: rechts, ten zuiden, van mij ligt de donkere muur van het Alatau gebergte en links de Grote Vlakte van de Kazachse Steppe. Graanvelden en steppen lopen weg over de horizon. Twee rijen elektriciteitsmasten trekken diagonalen, ontmoeten elkaar in het verdwijnpunt; Euclidische meetkunde die de oneindigheid benadrukt. Dorsmachines op een rij, galopperende paarden, kudden schapen en geiten met de herder te paard. Af en toe een dorp. Ik sluip langs de rand van de Grote Leegte als een peuter langs de rand van een veel te groot zwembad. Later zal ik haar berijden: van Almaty in het zuiden over Balqash en Qaraghandy naar Pavlodar in het noorden van Kazachstan. Dat is 1500 kilometer en de kortste route. Nu nog niet, nu alleen nog kijken. Eerst Almaty en het Tian Shan gebergte in Kirgizstan. Naar Almaty is ook ver: zeshonderdvijftig kilometer, de teller tikt ze langzaam weg, almaar naar het oosten. Donkere wolken met slierten als baarden trekken met mij mee (pas bij Almaty krijgt er een me te pakken). De eentonigheid brengt een verschijnsel onder mijn aandacht dat ik gemist zou hebben als er meer afwisseling was: de weg ligt op een welving, een rug die de contouren van het gebergte volgt, en afloopt naar de vlakte en naar het gebergte. De rug moet een tektonisch verschijnsel zijn: de boeggolf van het oprijzende Alatau gebergte. Ik rijd op levende aarde.

De Kazachse Steppe.

De grote vlakte van de Kazachse Steppe.

Taraz, het vroegere Zhambyl, is een tussenstop halverwege Shymkent en Almaty. Een provincieplaats die eertijds gebloeid heeft op de fosfaatindustrie. Met het communisme is ook die industrie verloren gegaan; de lucht is nu schoon en de werkloosheid massaal. Etalages zijn leeg en winkels gesloten. Het centrale plein van de stad wordt gebruikt als rolschaatsbaan en dus zijn er rolschaatsverhuurders. Anderen hebben een nieuw bestaan gevonden in het maken van digitale foto’s. Verhuur van rolschaatsen en digitale fotografie, het is ellendige zweethandel. Iedereen kan het en dus zijn er minstens 10 verhuurders en zeker 5 fotografen op het plein. Het is moeilijk concurrentievoorsprong te behouden. Een fotograaf heeft een enorme gorilla, een beangstigende King Kong, in wiens armen je gefotografeerd kunt worden, desnoods met de hele familie. Moeders laten hun krijsende peuters voelen dat de aap niet echt is.

Taraz zou niet vermeldenswaard zijn als ik er niet mijn verjaardag had gevierd. Ik heb mezelf getrakteerd op een etentje in een echt restaurant. Zo een met witte tafellakens, wijnglazen en kaarsen op tafel en obers in het zwart. Het eten doet denken aan hetgeen in de jaren zestig in Nederlandse restaurants werd opgediend: karbonade in een uiensaus, veel aardappelpuree en gesneden tomaat op een blaadje sla als garnering. Overigens heb ik in Oezbekistan en Kazachstan uitstekend gegeten in gewone openluchttentjes. De Centraal Aziatische keuken heeft Arabische, Chinese en Russische invloeden. Soepen: Laghman (soep met dikke spaghetti), Okroshka (yoghurtsoep), sypa (bouillon met ei), Soljanka (een van-alles-wat soep). Natuurlijk is er shaslik maar er zijn ook verschillende soorten ravioli (door Marco Polo uit de Chinese keuken meegenomen naar Italië), gewoon gebakken vlees (helaas altijd met kaas) en vlees uit de wok met paprika, tomaten en lekker veel knoflook. Er zijn veel salades waarvan de Russische salade de bekendste is en waarop veel varianten zijn bedacht. Gewone gekookte groenten worden helaas nauwelijks geserveerd. Koffie is Nescafe of “3 in 1” (koffie, melkpoeder en suiker in het zakje; het is gruwelijk) en er is groene en zwarte thee. Ik houd niet van de groene thee; die heeft geen smaak maar een ondersmaak, zoals van water waar een beetje suiker of zout aan is toegevoegd: er is geen smaak en toch is er iets.

Op weg van Taraz naar Almaty had ik nog een incidentje. Die weg doorsnijdt een piepklein stukje Kirgizstan, een pesterijtje van Stalin om landen of mensen tegen elkaar op te zetten (Stalin was een visionair). Bij de grensovergang staat een lange rij auto’s. Ik maak een praatje met een paar wachtenden. Ze zijn allemaal op weg naar Bisjkek, de hoofdstad van Kirgizstan. Ik ben de enige op weg naar Almaty. “U hoeft hier helemaal niet te wachten.” legt een van hen uit “Als u een paar kilometer terugrijdt vindt u een weg die om dit stukje Kirgizstan heen gaat.” Om Kirgizstan heen, dat wil ik wel; ik bespaar tijd en ik hoef het tweede entry van mijn visum niet te gebruiken (Ik heb een dual entry visum voor Kazachstan). Ik draai mijn motor uit de rij. De grenswacht: “ho ho, wat gaat u doen?” Ik leg uit dat ik naar Almaty wil en de weg om het stukje Kirgizstan heen zal nemen. “Dat gaat niet.” zegt de grenswacht “U hebt zich hier gemeld, dus moet u ook hier de grensprocedures afwachten.” Hij wil mijn paspoort niet teruggeven. Dan gaan van al die wachtende auto’s de portieren open en daaruit stappen grote mannen. Ze lopen als een kudde bizons op de grenswacht af. Ik versta niet wat ze zeggen maar ze wijzen naar hem en naar mij. Schielijk geeft de grenswacht mijn paspoort terug.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Centraal Azië en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s