Zwarte Dagen

Het oude centrum van Asjchabad bestaat uit lage gepleisterde huizen langs beboomde avenues. Het is er groen, ordelijk en vriendelijk; de menselijke maat. Hier zijn de cafés, restaurants en markten. Het oude centrum is de schepping van de vrouw van een van de Russische gouverneurs uit de tsarentijd. Er is ook nieuw Asjchabad. Dat bestaat uit heel brede boulevards waarlangs grote overheidsgebouwen en witte torenflats staan op ruime afstand van elkaar en niets er tussen. Dat deel heeft een eclectische bouwstijl, ruikt erg naar geld en is een paar maten te groot voor Asjchabad dat uiteindelijk niet meer is dan een provincieplaats ver van de grote wereld. Nieuw Asjchabad is de schepping van president Niyazov die zich ‘Turkmenbashi’ laat noemen, Leider der Turkmenen. Er is veel Turkmenbashi in Asjchabad: een Turkmenbashi stadion, een Turkmenbashi boulevard, een Turkmenbashi shopping center, een Turkmenbashi… en zijn portret is alom aanwezig. De president is een nogal vlezige man. Op sommige portretten ziet hij er uit als iemand die zojuist erg goed heeft gegeten maar het toetje niet zal afslaan. Hij tuit zijn lippen een beetje alsof hij wil zeggen “Nou, dat gaat er nog wel in.” Op andere portretten heeft hij de hand onder zijn kin en toont twee dikke ringen. Hij lacht; het is de lach van iemand die om eigen grappen lacht. Er is heel veel Turkmenbashi in Asjchabad maar het klapstuk van verheerlijking staat bij de nieuwe regeringsgebouwen: een reusachtige driepoot met bovenop een verguld standbeeld van de president. Dat beeld roteert langzaam en de opgeheven arm van de president wijst de zon de weg van oost naar west. Tussen de schepping van de vrouw van de tsarengouverneur en de schepping van de president ligt een strook groezelige woonkazernes, de erfenis van het communistische tijdperk. En zo is in de architectuur de geschiedenis van de stad en het land weerspiegeld.

Nieuw Asjchabad, de schepping van president Niyazov.

Nieuw Asjchabad, de schepping van president Niyazov die zich ‘Turkmenbashi’ laat noemen.

Het beeld van Turkmenbashi op een reusachtige driepoot.

Het beeld van Turkmenbashi staat op een reusachtige driepoot en wijst de zon de weg van oost naar west.

Van Asjchabad via Darvaza naar Kunya-Urgench; dwars door de Karakum, vijfhonderd kilometer woestijn. We hebben geluk want de president heeft enige tijd geleden dezelfde route afgelegd en ter gelegenheid daarvan zijn de gaten in het asfalt gedicht. ‘Karakum’ betekent ‘zwart zand’. Er is erg veel zand maar dat is geel. Een andere uitleg van de naam is ‘kara’ te begrijpen in de betekenis van zwart in ‘een zwarte dag’: ongelukkig, meedogenloos, rampzalig, dood, naargeestig. Ik vind die uitleg wel erg zwartgallig. Natuurlijk, de Karakum is een woestijn, geen lustoord, een onafzienbare zee van zandduinen. Maar die duinen zijn redelijk begroeid met struikjes en het barst er van het dierenleven: dromedarissen, hagedissen, veel woestijnhamsters, een enkele adelaar. Ik heb wel ergere woestijnen gezien. Voor de bewoners van de dorpjes langs de weg zijn het wel zwarte dagen, als gevolg van de passage van de president. De president heeft namelijk besloten dat een snelweg zal worden aangelegd tussen Asjchabad en Kunya-Urgench. Verkeerstechnisch is die snelweg niet nodig – op de hele route ben ik tien, misschien twintig, auto’s tegen gekomen – maar wel voor het prestige van het land. En van de president natuurlijk. Een land dat serieus genomen wil worden moet een snelweg hebben van de ene naar de andere kant. Dat begrijpt iedereen. Voor de aanleg van die weg moeten de huizen op het tracé worden afgebroken en ook die in een brede strook erlangs. De aanblik van boerenkinkels is niet goed voor het prestige. Rond lunchtijd stoppen we bij een uitspanning. We kunnen een glaasje water krijgen, geen maal want de bewoners zijn druk bezig met de ontmanteling van hun huis; ze hebben een bevel gekregen. De elektriciteit is er al uit gesloopt en nu zijn ze bezig met de kozijnen en dan moeten de dakspanten nog. Hout is duur in een land dat voor het grootste deel uit steppe en woestijn bestaat. Ze hebben haast want het gerucht gaat dat “misschien morgen al” de politie komt en de bulldozer. Nooit heb ik mensen aangetroffen in zo’n staat van ontreddering en paniek. Op goed geluk worden de koelkast, het fornuis en de servieskast een eind de woestijn in gesjouwd waar van lappen een tent is gebouwd.

Kinderen bij een politiepost in de buurt van Darvaza.

Kinderen bij een politiepost in de buurt van Darvaza; de argwaan is van hun gezichten te lezen.

Ook voor mij waren het overigens zwarte dagen want ik was ziek, erg ziek: heel dunne waterige diarree, een beroerde maag, hoofdpijn en koorts; misschien dysenterie. Ik kon geen eten zien, ik kon wel huilen. Ik was zo ziek dat ik verstek heb moeten laten gaan bij het nachtelijke bezoek aan de brandende gaskrater van Darvaza. Ik kon alleen maar strompelen tussen slaapmat en duinen om poep te spuiten. En toch, hoe ziek je ook bent, je ontdekt nog wat. Binnen een uur na een poepspuitsessie is het op die plaats vergeven van de mestkevers die het nog vochtige zand tot balletjes rollen en er mee van door gaan naar hun hol. Van mij mogen ze. Na twee dagen ben ik er over heen gekomen, vanzelf, met wat hulp van Loperamide. Het verlamde darmgestel is weer tot leven gekomen en is gaan gisten en borrelen. Nog steeds lever ik kleikleurige poep van weke consistentie met een bijtende ijzergeur – wellicht de Loperamide – maar ik voel me weer prima.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Centraal Azië en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s