Nouriani Enterprise

Ik kwam op 27 april aan in Teheran en mijn eerste gang was naar Nouriani Enterprise, BMW-dealer en de enige in Iran. Mijn motor heeft na meer dan tienduizend kilometer onderhoud nodig. Ali Nouriani himself ontving me, nam me mee naar zijn kantoor, liet thee en koekjes brengen. We hadden een gesprekje over mijn ervaringen met het verkeer in Iran. Volgens Ali zijn Iraniërs de beste rijders ter wereld. Ik: “Oh, maar ik heb gelezen dat hier elk jaar twintigduizend doden in het verkeer vallen.” Ali: “Hier zijn veel meer mensen dan in uw land.” Natuurlijk kan Nouriani’s werkplaats mijn motor onderhouden, zodra de chef-monteur terug is van zijn BMW-cursus in Dubai. Ali: “Ik laat mijn monteurs nog steeds de cursussen volgen om de ontwikkelingen in motortechniek bij te blijven.” Met dat ‘nog steeds’ wijst hij naar een probleem: Nouriani verkoopt al heel lang geen motoren meer. In Iran zijn motoren boven 250 cc niet toegestaan en BMW produceert geen lichte motoren. Ali neemt me mee naar de showroom, knipt het licht aan. Wie in een showroom de nieuwste modellen verwacht, krijgt hier een verrassing: de showroom staat vol motoren uit de jaren zeventig. “Van mij en mijn vrienden” zegt Ali. Ze staan daar al meer dan dertig jaar. “We hopen dat de overheid ooit weer zware motoren zal toestaan.” Met dezelfde hoop op betere tijden laat Ali zijn monteurs de cursussen in Dubai volgen: hij wil zijn BMW-licentie niet verliezen. Ali rijdt in Teheran overigens een C1, een motorscooter met een dakje, een gekke inval van BMW. Hoe hij dat ding heeft weten te registreren, is onduidelijk. Misschien als een auto op twee wielen?

Na de Iraanse lus ben ik weer terug in Teheran en ook chef-monteur Hamid K. is terug van zijn BMW-cursus in Dubai en staat klaar met twee hulpjes. Natuurlijk het gewone werk: olie, bougies en luchtfilter vervangen, algemene inspectie. De motor heeft het prima gedaan. Hij start zonder problemen, loopt stationair mooi constant 1500 toeren en 4500 toeren bij negentig kilometer per uur. Op tienduizend kilometer is het olieverbruik minder dan een liter. Alleen het benzineverbruik is hoog: gemiddeld zes en een halve liter op honderd kilometer. De bougies bleken nogal vet – de benzine in Iran is van slechte kwaliteit – en misschien kunnen de carburateurs wat gunstiger worden afgesteld. Ik heb wel een paar zorgen. Ik ken mijn motor door en door en ik weet het als hij iets mankeert maar niet altijd wat de oorzaak is. Sinds enige tijd geeft de versnellingsbak een harde ‘kloink’ als ik van de tweede naar de derde en van de derde naar de vierde versnelling schakel. Hamid kent de oorzaak; hij heeft zo’n geval op zijn cursus gehad. Het komt er op neer dat met het intrekken van de koppeling de motor niet helemaal in de vrijloop komt en dat geeft dat geluid. De koppelingskabel moet worden bijgesteld; dat is een precies werkje. Zelf vermoedde ik dat een tandwiel in de versnellingsbak los zat. Dan heb ik zorg om het achterwiel: als ik het met de hand ronddraai voel ik wisselende weerstand en het wiel piept. Het is alsof het wiel een beetje aanloopt. Hamid haalt het wiel uit om de lagers te bekijken. Van een lager is het bed kapot – de kogels rollen er uit – en van het andere lager zijn de kogels beschadigd. Volgens chef Hamid komt de schade door harde stoten; hij vindt dat ik de schokbreker te stug heb afgesteld waardoor elke schok direct aan de lagers wordt doorgegeven. Met Hamid’s hulpje ben ik op zoek gegaan naar nieuwe lagers in de autowereld van de Amir Kabir Avenue. We hebben de juiste lagers gevonden, van Canadese makelij; “goede kwaliteit” zegt het hulpje. Hamid heeft de schokbreker een tandje soepeler afgesteld. Bij motoronderhoud kijk ik altijd mee. Ik wil zien wat er gedaan wordt en zo leer ik ook wat. In een hoek werkt een monteur aan een brandweermotor. Aan weerszijden van de motor heeft hij houders aangebracht waarin brandblussers passen. Ik heb dat werk met belangstelling bekeken. Het heeft mij op het idee gebracht onder de zijkoffers twee rekjes te laten maken waarop de tent en andere zware spullen kunnen worden vervoerd. Zo verlaag ik het zwaartepunt van de motor en wordt het besturen hopelijk gemakkelijker.

Monteurs

De monteurs van Nouriani

Het maken van die rekjes heeft een dag geduurd en het werk aan de motor drie dagen. Ik dring niet aan op haast omdat ik me ervan heb vergewist dat de kosten berekend worden op basis van de standaard werktijd. De monteurs werken niet erg efficiënt maar wel heel secuur en volgens BMW-regels. BMW heeft de wind er goed onder. Bij het plaatsen van de nieuwe lagers vraagt Hamid mij de werkplaats even te verlaten: “We moeten een hamer gebruiken en dat mag van BMW niet in het bijzijn van klanten.” De werkplaats is schoon en er is personeelszorg. Er zijn verplichte werkpauzes en er is een eenvoudige kantine. “Moet van BMW” zegt Ali Nouriani. En de rekening? 153 dollar. “Meneer Nouriani heeft opdracht gegeven u een zachte prijs te berekenen.” zegt de kassier.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Midden Oosten en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s