De papierwinkel

De reiziger torst een berg aan zorgen mee en daarvan is de zorg om de papierwinkel het meest permanent. Alleen op het internet is de wereld grenzeloos. In Teheran: het verkrijgen van visa voor Oezbekistan en Kazachstan. De ambassades liggen in het koelere welvarende noorden van de stad. Om er te komen neem ik op het Khomeini plein de metro tot het eindpunt, vervolgens de bus en daarna moet ik nog een half uur lopen. Al met al ben ik anderhalf tot twee uur aan reistijd kwijt. Aangezien de visumafdelingen van de ambassades al om een uur ’s middags sluiten, sprint ik vroeg in de ochtend met mijn rugzakje naar het Khomeini plein en pers me in de metro zoals duizenden Teherani doen. Een taxi is natuurlijk sneller en comfortabeler maar in een taxi zie ik niks van de stad omdat mijn aandacht gericht is op de chauffeur, de route die hij neemt en de meter. Ik wil niet bedonderd worden. Overigens kost een taxi van het centrum naar de ambassadewijk minder dan vijf dollar. Ik ben gewoon een vrek.

Het voorwerk is al gedaan: via Stantours Travel Agency heb ik uitnodigingsbrieven gekocht. Zonder uitnodigingsbrief begin je niks; je kunt niet eens op de bel van de Oezbeekse ambassade drukken want bij de deur staat een bewaker en die vraagt naar de brief. In tegenstelling tot de Zweedse ambassade om de hoek staat er voor de Oezbeekse geen lange rij wachtenden. Er hangen een paar bemiddelaars rond met dikke mappen onder de arm vol visumpapieren en paspoorten. Ze laten me voorgaan want ik kom voor maar één visum en ik heb mijn sigaretten gedeeld. Dat verbroedert. De medewerkster van de visumafdeling ordent mijn uitnodigingsbrief in haar mappenverzameling, geeft me een visumaanvraagformulier en zegt “Als u vóór een uur terug bent, krijgt u vandaag nog uw visum.” Ik ga op zoek naar een schrijver om het formulier te laten invullen en naar een kopieerservice om van het ingevulde formulier en mijn paspoort kopieën te laten maken. Een man met een schrijfmachine, een winkeltje met een kopieerapparaat: dat is de nering die de aanwezigheid van ambassades met zich meebrengt. Ik vind een schrijver schuin tegenover de ambassade, onder een boom. Het klinkt wat denigrerend, ‘schrijver’, maar het is een echt beroep. Een schrijver is iemand die niet alleen beschikt over een typemachine maar ook over kennis van zaken, van de vragen die een ambassade pleegt te stellen en van de wijze waarop het formulier moet worden ingevuld. Een schrijver is een belangrijke schakel tussen visumvrager en -verstrekker. Het invullen vraagt op zichzelf niet veel tijd maar vóór mij is een Iraniër aan de beurt met een visumaanvraag voor Zweden waarop een onwaarschijnlijke hoeveelheid kinderen moet worden geregistreerd. Dan moet ik nog naar de kopieerwinkel, waar ik tegen dezelfde Iraniër aan loop, maar ik ben toch even voor enen terug bij de ambassade waar ik een handvol papier mag afgeven aan de nauw geopende deur en dan is het wachten geblazen. Na een half uur word ik binnengeroepen. Eerst naar de kassier voor het betalen van vijfenzeventig dollar leges en dan naar de medewerkster van de visumafdeling. Ze plakt zorgzaam het visumzegel in mijn paspoort.

Het regelen van het Kazakse visum is net zo eenvoudig maar vraagt meer vasthoudendheid. De ambassademedewerker schuift mijn uitnodigingsbrief terug door het loket met de mededeling “In Tasjkent aanvragen.” Dat staat ook in de brief maar Stantours heeft gemaild dat de regels zijn versoepeld en dat het visum nu bij elke Kazakse ambassade kan worden aangevraagd. “Dat klopt” geeft de medewerker onwillig toe maar dan moet het nummer van de uitnodigingsbrief geverifieerd worden bij de collega’s in Tasjkent en dat gaat zomaar niet. Als ik per se het visum in Teheran wil aanvragen moet ik rekening houden met een wachttijd van minstens vier dagen. Vier dagen voor het versturen van een faxje. Ik wil per se het visum in Teheran aanvragen want Tasjkent is de hoofdstad van Oezbekistan en Oezbekistan en Kazachstan hebben geregeld ruzie en sluiten dan hun ambassades. Zulke dingen moet je weten als je reist. Ik moet de medewerker overreden tenminste het nummer van mijn brief op te schrijven want anders kan er niks geverifieerd worden. Hij doet het, met potlood op een kladpapiertje. Veel vertrouwen had ik er niet in maar na vier dagen is er inderdaad een fax van de collega’s uit Tasjkent binnengekomen die het nummer van de brief bevestigt. Ik doe de ronde langs de schrijver, de kopieerwinkel en de kassier (vijfenzestig dollar) en zo kom ik in het bezit van een mooi Kazaks visumzegel.

Koud twee weken later is er alweer werk aan de papierwinkel. Deze keer gaat het om het verlengen van mijn Iraanse visum. Het verlengingsbeleid verschilt van plaats tot plaats. In sommige steden krijg je niet meer dan een week verlenging. Van Kerman wordt gezegd dat je hier wel twee weken kunt krijgen. Mijn doel is achttien dagen, dan red ik het tot de Turkmeense grens. Volgens de Lonely Planet is de vreemdelingenpolitie gevestigd in het hoofdbureau in het centrum van de stad. Op weg daarheen ontmoet ik Abdul Rahmani. Hij maakt van zijn beroep geen geheim, hij is toeristengids, en we hebben een gesprekje over de problemen van dat beroep. Er zijn weinig toeristen in Kerman. Ze kwamen voor de citadel van Bam, dat ongeveer honderdvijftig kilometer verderop ligt, maar Bam is door een aardbeving verwoest. Er is geen trekpleister meer en toeristen zijn bang voor aardbevingen. Voor Abdul is het droog brood maar hij is uit het goede hout gesneden en zoekt zijn kansen. De vreemdelingenpolitie blijkt verhuisd naar een bureau in een buitenwijk en Abdul brengt mij er graag naar toe. Hij neemt een risico: hij vraagt pas geld voor zijn dienst als we bij het bureau zijn. Hij is overigens niet goedkoop, twintigduizend rial – meer dan twee dollar – maar het is een eind lopen en zonder hem had ik dat bureau niet gemakkelijk gevonden. Hij gaat ook mee naar binnen en dat komt goed uit want het hoofd van de vreemdelingenpolitie spreekt geen Engels. Abdul doet voor mij het woord. Hij weet gedaan te krijgen dat een verlenging wordt toegezegd van maar liefst dertig dagen! En hij vertaalt voor het hoofd: eerst naar de bank voor het betalen van de leges (honderdduizend rial) en dan naar een andere bank voor het betalen van de kosten van het legesstempel: vijfentwintighonderd rial; voor een kwartje moet je naar de bank. Met de kwitanties, twee pasfoto’s en twee kopieën van mijn paspoort moet ik de volgende dag terugkomen tussen acht en negen uur en dan wordt alles geregeld. Abdul roept een taxi voor me, want we moeten bij een bankfiliaal zijn in het centrum van de stad, en racet er op zijn fiets achteraan. Abdul regelt alles: hij vult de bankpapieren in, wijst aan waar ik moet tekenen, maakt de fotokopieën. Voor zijn aanvullende dienstverlening vraagt hij tienduizend rial extra. Abdul staat in mijn kasboek onder ‘bemiddelingskosten’ en dertigduizend rial is heel redelijk voor zijn service. De volgende dag ben ik op eigen houtje naar het bureau gegaan, heb de verlenging gekregen zonder slag of stoot en, zoals Abdul had voorzegd, voor dertig dagen.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s