Syrië in verandering

Drie jaar geleden was ik voor het eerst in Syrië. Dat bezoek was me goed bevallen en ik heb gezegd “tot ziens, ik kom terug”. Ik heb nu soms het gevoel op inspectiereis te zijn: hebben ze er wat van gebakken? Veel is in Syrië hetzelfde gebleven: de vriendelijkheid, de hulpvaardigheid, de vrijgevigheid die hartverwarmend is en tegelijkertijd schokkend want de mensen hebben het niet breed. Die houding tegenover de vreemdeling is kenmerkend voor de Arabische wereld en in Syrië niet verandert. Gebleven is ook het vuilnis langs de weg en de ternauwernood bedwongen chaos. Verkeersagenten in Damascus lijken het vastgelopen verkeer te zien als een natuurgebeuren. Die agenten proberen af te dwingen wat de verkeerslichten voorschrijven en lijken daarbij op dompteurs in een tijgerkooi.

Er zijn ook veranderingen. Het viel me al op toen ik, komend vanuit Gaziantep, de grens passeerde en door de Al Ghab, de vruchtbare laagte van de Orontes, reed: heel veel jongens op spiksplinternieuwe brommertjes en ze scheuren ermee als volleerde coureurs. Die brommertjes heten Honda, Jonda, Zonda, Zhongzeng en zien er allemaal hetzelfde uit: zwart met een blauwe streep op de tank. De finishing touch brengen de jongens zelf aan met veel chroom, lichtjes, vaantjes en kleurige zadeldekjes. Die brommertjes zijn Chinese kopieën van de kleine Honda, dus goedkoop, maar laten zien dat er geld onder de mensen is gekomen. Er zijn nu ook lichte motoren en in Damascus zag ik zelfs een enkele zware motor rondrijden. Die waren er drie jaar gelden niet. Het prehistorische autopark is grotendeels vervangen door KIA, Hyunda en Dacia. Rond Hama en Damascus zijn nieuwe buitenwijken verrezen en in Damascus worden hoge gebouwen opgetrokken. Winkels brengen de laatste mode, naar Arabische smaak: veel felle kleuren, veel goudglitter. Het gaat economisch kennelijk goed met Syrie. Mensen met wie ik heb gesproken wijzen op de groei van het toerisme, vooral uit Saoedi Arabië. Er zijn veel Saoediërs in Damascus, in de bergen en aan de kust (niet in Palmyra, een Saoediërs is met geen stok de woestijn in te krijgen net zo min als een Scheveningse visser een cruise zal boeken). Voor Saoediërs is Syrië een open en tolerant land. Er is alcohol, er zijn vrouwen op straat zonder sluier, er zijn nachtclubs en ze worden er niet zo in de gaten gehouden is in eigen land. Vroeger gingen die Saoediërs naar Europa of de Verenigde Staten maar na 09-11 niet meer. In Damascus ontmoet ik zo’n Saoediër; hij is er voor zaken. Hij vertelt: “Ik ben opgeleid in de Verenigde Staten en mijn broer heeft er twintig jaar gewoond. Na nine eleven voelden we ons er niet meer welkom. Ikzelf ben ondervraagd door de politie en mijn broer kreeg onprettige anonieme brieven. Hij is teruggekomen naar Saoedi Arabië. Wij hebben altijd zaken gedaan in Europa en de VS. Dat was gewoon. Nu hebben wij in Syrië een fabriek opgezet voor de productie van PVC-buizen. Het heeft ons een jaar gekost om het procedé onder de knie te krijgen maar het is gelukt. We exporteren zelfs naar Europa; onze buizen zijn goedkoop en van goede kwaliteit. Wij hebben een verstandige keuze gemaakt: waarom zou je de soep in andermans kom gieten?”

Er is meer verandert. Buitenlandse kranten zijn nu verkrijgbaar in Damascus en in Hama: de International Herald Tribune, de Times, de Figaro. Het is wel even zoeken. In de IHT is de Daily Star ingevouwen; de krant wordt dus geïmporteerd uit Libanon. De mensen zouden nu kunnen lezen dat er in Syrië een Comité voor de Mensenrechten is en dat dat comité onderzoek heeft gedaan naar de recente ongeregeldheden in Al Hasakah. Het heeft nog weinig praktische betekenis: taal en schrift vormen een obstakel, de IHT kost honderd pond, een fiks bedrag voor een Syrier, en via CNN en Al Jazeera kwam er ook al buitenlands nieuws binnen. Toch is het een symptoom van grotere openheid. Net als de twee nieuwe geldautomaten in Damascus die een piepklein gaatje vormen in de staatscontrole op het geldverkeer en net als de internetcafés die als paddenstoelen uit de grond schieten. De deksel zit iets minder stevig op de pan en het zijn de jongeren die daar als eerste munt ui slaan. Ze zijn nu iets brutaler, klampen je aan, en dat hoort ook zo. Ik meen wat meer zelfvertrouwen te bespeuren. Het Westen, de Verenigde Staten voorop, zijn niet meer het alfa en het omega.

Hommage aan de Assad familie.

Hommage aan de Assad familie; Hafid al Assad (midden), Bassal (links), Maher (rechts)

Er verandert iets in Syrië maar er is nog een formidabele weg te gaan. Uiteindelijk zal regimewisseling noodzakelijk zijn en de kunst is dan het kind niet met het badwater weg te gooien. De relatief goede positie van vrouwen en de godsdienstvrede – moskeeën en kerken staan naast elkaar – zijn te danken aan het Baathregiem. Christenen en Alawieten zijn belangrijke steunpilaren onder dat regiem en profiteren er van en het regiem is in die minderheidsgroepen diep geworteld. Gemakkelijk zal een regimewisseling dus niet zijn. Toch heb ik een beetje hoop dat de vele kinderen niet alleen de toekomst van Syrië zijn maar dat die kinderen ook een toekomst hébben.

Dit bericht werd geplaatst in 2004-2005: de wereld rond, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s