Op weg naar huis

Ik ben niet opgeblazen door een Palestijnse bom en niet geraakt door een verdwaalde Israëlische kogel. Het is allemaal goed gegaan. Afgelopen donderdag ben ik uit Haifa vertrokken, met de Olympia I. Bij het ophalen van het inschepingsbewijs wachtte nog een onaangename verrassing: 39 dollar bijbetalen. War risk tax, ad hoc ingevoerd. Ik moet meebetalen aan de granaten en raketten. Er is niets aan te doen. De gebruikelijke administratieve procedures: de politie (die zegt niets over mijn te lange verblijf), de douane voor de uitklaring van de motor, de veiligheidsdienst voor de inspectie van bagage en motor. Deze keer mag ik de inspectie niet bijwonen. Ze inspecteren overigens niet de koffers, want ik heb ze de sleutels niet gegeven, en dat is toch wat onzorgvuldig. Ze inspecteren alleen mijn tas en die hebben ze grondig door elkaar gerommeld. Nieuw is de ondervraging door de veiligheidsdienst. Door welke landen ik heb gereisd. Waar ik in Syrië ben geweest. Of ik mij de naam van het hotel in Damascus herinner. Waar het hotel was. Of ik mensen heb ontmoet waarmee ik in contact wil blijven. Waar ik in Israël ben geweest. Hoe lang het duurde om de top van Masada te bereiken. Of ik geschenken heb gekregen of pakketjes om mee te nemen. Vragen en strikvragen om de consistentie in mijn verhaal te toetsen. Als ze je verhaal niet vertrouwen, dan komt pas de echte ondervraging. Een Tsjechische jongen die ik op de boot ontmoette vertelde mij daarover een horrorstory. Een vriend van hem was aangehouden bij Taba, de grenspost met Egypte. Hij heeft drie dagen vastgezeten, zonder eten of drinken en ze hebben hem geslagen: neus gebroken, tanden uit de mond. Daarna hebben ze hem weer over de Egyptische grens gekieperd. Ongeloofwaardig? Onvoorstelbaar maar niet ongeloofwaardig in Israël, helaas.

De bootreis van Haifa naar Piraeus duurt drie dagen, met tussenstops in Limassol en Rhodos. Er zijn weinig reizigers. Het autodek is grotendeels leeg. Buiten mijn motor is er nog de motor van de Tsjech. Ik deel een hut met Hafez, een Palestijn met een Israëlisch paspoort (zo identificeert hij zichzelf), een Tsjech (Niet de Tsjech van de motor, een ander. Er zijn nogal wat Tsjechen en Slowaken in Israël. Ze werken er illegaal) en een Rus. De conversatie met Hafez gaat, uiteraard, onmiddellijk over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Hij noemt Israël een “openlucht psychiatrisch ziekenhuis” en hij is niet de eerste die Israël zo omschrijft. Ik begrijp nu wel een beetje wat ze daarmee bedoelen. Hafez heeft niets met Israël. Hij is er, naar eigen zeggen, tweederangsburger. Hij geeft de rangorde aan: bovenaan staan de Askhenazi, dan de Sefardi, dan de Joden uit de Arabische landen Marokko, Irak en Iran, dan de Druzen en de Bedoeïenen en dan, uiteindelijk, de Arabieren. Israël is complex. De positie van de Bedoeïenen heb ik lang niet begrepen. In tegenstelling tot de Arabieren dienen ze, hoewel moslim, in het Israëlische leger. Ik denk dat er een cynische verklaring is: Bedoeïenen houden niet van Arabieren. In alle Arabische landen behoren de Bedoeïenen namelijk tot de maatschappelijke onderklasse. En zo heeft iedere bevolkingsgroep een andere groep om te slaan.

Met z’n vieren is de hut eivol. De smalle ruimte tussen de bedden is opgevuld met tassen, schoenen, flessen. Als iemand in zijn tas wil rommelen dan moet tenminste een ander de hut uit. Zeereizen zijn overigens helemaal niet zo leuk. Wat kun je zoal doen? Beetje rondhangen op het dek, wat lezen, een kopje koffie drinken, eten, kaarten, sigaretten roken, tv kijken, nog maar een kopje koffie, dan een biertje, naar de muziekband luisteren, nog maar een biertje. Zeereizen is vooral wachten, het is verveling. In Limassol en Rhodos ben ik van boord geweest. Limassol is niet zo spannend maar Rhodos is leuk. Een mooi vestingstadje met kerken en moskeeën, smalle straatjes en pleintjes met kinderkopjes, bogen en poorten. Veel terrassen, souvenirwinkels en juweliers. Alles is netjes voor de toeristen en daarvan zijn er redelijk veel. Ze komen, zoals ik, van de veerboot of van de cruiseschepen. Aan de kade lag een enorm cruiseschip waarvan ik nu nog niet weet of ik het heel mooi of heel lelijk moet vinden.

De overtocht van Rhodos naar Piraeus was nogal ruw. Het regende en waaide hard en het schip rolde (als je in bed ligt heb je het gevoel dat het bloed tegen je hersens klotst). Ik maakte me zorgen over de motor maar bij aankomst in Piraeus stond hij nog keurig op zijn pootje en beide bandjes. Zoals de inscheping had ook de ontscheping weer een verrassing. Er moet alweer betaald worden. Deze keer vijfduizend drachmen, belasting, waarvoor weet ik niet. Behalve betalen moet er ook geadministreerd worden. Voor twee stempels heb ik anderhalf uur in de rij gestaan. Welkom in de Europese Unie! Er zijn ook drama’s. Een meneer heeft op Cyprus belastingvrij een auto gekocht en dacht die even in Griekenland in te voeren. Nee dus; hij moet elfduizend Britse ponden op tafel leggen en anders krijgt hij zijn auto niet. Dat geld heeft hij niet en nu zijn er twee alternatieven. 1: een garantiebrief van zijn bank. Dat kan wel een weekje duren. 2: de auto inkratten en laten verschepen naar Groot-Brittannië. Dat is ook duur. Ik heb zelden iemand zo in zak en as gezien.

De Olympia I aan de kade in Piraeus.

De Olympia I aan de kade in Piraeus.

In Piraeus is het koud, het regent af en toe en het waait hard. Ik zie ervan af om nog een paar dagen in Zuid-Griekenland te gaan toeren. Ik rij direct naar Patras, samen met de Tsjech. Het is in al die tijd de eerste keer dat ik met iemand samen rijd. Ik weet niet hoe hij heet, want we hebben ons niet voorgesteld, maar we hebben samen een gezellig dagje doorgebracht. Hij heeft, illegaal, gewerkt in een hotel in Eilat. Wasserij, keuken, roomservice. Hij vertelt hoe veeleisend Israëlische gasten zijn. Ze bellen roomservice als er één haar in de badkamer ligt (“de badkamer ligt vol met haren”). Als de tv niet bevalt, smijten ze het ding het balkon op. Kinderen gooien glazen van het balkon in het zwembad. Waarom ze dat doen? Ze betalen ontzettend veel voor een hotelkamer en willen zich dan ook alles permitteren. Volgens de Tsjech breken ze rustig een hotelkamer af. Nee hoor, Israël is echt geen krankzinnigengesticht.

Het motorrijden van Piraeus naar Patras was nogal moeilijk en soms gevaarlijk vanwege de harde wind. Maar gaandeweg klaarde het toch een beetje op. Er ligt al sneeuw op de bergen. Toen ik acht maanden geleden door Griekenland naar het Midden-Oosten reed lag er ook sneeuw op de bergen. De jaarcyclus is rond.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten, Thuiskomen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s