De hand des Heren

Haifa, Bethel Hostel. Aan de ruim voorradige bijbels in vele talen, ook Nederlands en Zuid-Afrikaans, en andere lectuur merk ik terecht te zijn gekomen in een christelijk bolwerk. Het hostel is de laatste rest van de ‘American European Bethel Mission’, een organisatie met de doelstelling joden te bekeren tot het christendom. Fanny en Leon Rosenberg, bekeerde joden, hebben in de eerste helft van de twintigste eeuw de Bethel Missie gesticht en vooral in Oost-Europa zendingswerk onder de joden verricht. Maar het pièce de résistance van Bethel is de geschiedenis van het weeshuis voor christelijk-joodse kinderen in Lodz, Polen, gedurende de nazibezetting. Merkwaardigerwijs was de, in de VS geregistreerde, Bethel Missie een van de weinige christelijke organisaties die door de nazi’s toegelaten waren. Dat heeft het weeshuis overigens niet van de ondergang gered. Fanny Rosenberg getuigt daarvan. Hoe haar schoonzoon in een concentratiekamp werd vermoord, “hetgeen een slag was voor Helen” (haar dochter). Hoe Helen werd vermoord omdat ze een joods kind probeerde te beschermen (“ze stierf als een soldaat”). Hoe de nazi’s de joden en het weeshuis sarden en uithongerden, maar “we dankten God voor de aardappelschillen”. Hoe het buitenhuis werd geconfisqueerd (“Gelukkig kreeg het een nieuw goed doel: ziekenverblijf voor niet-joden. De Heer zij geprezen”). Hoe uiteindelijk de kinderen in groepen werden afgevoerd naar concentratiekampen: “Dat was hartverscheurend maar ze stierven tenminste in de Heer.” Steeds maar weer ’de Heer’ en steeds maar weer die acceptatie; als de getuigenis niet zo oprecht was neergeschreven zou ik er boos van worden. Na de oorlog hebben Leon en Fanny Rosenberg in Haifa opnieuw een weeshuis gesticht – er waren wezen genoeg – voor christelijk-joodse kinderen en een school op christelijke grondslag. Maar ja, wezen worden groot en er komen niet zoveel nieuwe bij en dus liep het af met het weeshuis. De school heeft het langst gefunctioneerd, tot 1966, toen christelijk onderwijs aan joodse kinderen beneden de 14 jaar werd verboden. Volgens de beheerder van Bethel Hostel is het verbod aangevochten tot het Hooggerechtshof maar zonder succes. De zaak is nog steeds een van de belangrijkste cases voor rechtenstudenten in Israël. Wat nog rest van de Bethel Missie is het hostel en wat samenkomsten voor christenjoden.

In Bethel Hostel ontmoet ik Bengt, een Noor en herboren christen. Bengt speelt vrijwel voortdurend gitaar (niet erg goed) en zingt (niet erg goed) “looft en prijst de Heer”. Hij heeft het open en licht verweerde gezicht van een boer. Als hij getuigt van zijn geloof, en daar maakt hij veel werk van, dan glimt zijn gezicht en stralen zijn ogen. Hij is ’herboren’ tussen 1995 en 1997; het is blijkbaar een proces geweest. Als ik hem vraag wat hem tot die keuze heeft gebracht is hij kort alsof het gaat om een onbelangrijke zaak uit het verleden: God sprak tot hem, hij accepteerde Christus en liet zich (opnieuw) dopen. Hij vertelt dat God ook al eerder tot hem sprak, maar onduidelijk blijft voor mij waarom hij pas in 1997 Christus accepteerde. Waarom toen wel en niet eerder? “Wat deed je in Noorwegen en was je gelukkig?” “Ik heb gevist en bouwde huizen. Ja, ik was gelukkig. In 1997 besefte ik dat er maar twee wegen waren: de weg van God en de weg van de wereld die tot niets leidt. Ik koos daarom voor de weg van God.” “Was dat moeilijk?” “God vraagt je parels in te leveren in ruil voor de grote parel die Hij je schenkt. Ik heb mijn sport opgegeven. Dat was moeilijk.” Van mij had hij zijn sport mogen houden want hij is een beetje dikkig. “Wat heeft het je opgeleverd?” “Ik kon moeilijk mensen vergeven. Dat kan ik nu wel. Jezus heeft de last van mijn hart genomen.” Er zit, volgens mij, ook een beetje angst bij: “Als je een vijand van God bent, dan is hij hard hoor, heel hard. Waw!” Zijn leven wordt nu geleid door Jezus. Hij is naar Israël gekomen omdat Jezus hem dat gezegd heeft. Hij had maar geld voor een vliegticket naar Turkije. Hij heeft God gevraagd “hoe nu verder?” en God heeft hem gezegd “per schip”. In Mersin heeft hij geprobeerd aan te monsteren maar hij had geen zeemansboekje en werd afgewezen. God zei tegen Bengt: “ga opnieuw, probeer het nog een keer.” De tweede keer streek de kapitein de hand over zijn hart; de eigenaar van het schip was een christen. Zo zie je maar, de hand des Heren. Bengt glimt en straalt als hij vertelt hoe God hem stuurt en helpt. Hier in Haifa wil hij aan de slag als vrijwilliger in de hulp aan drugsverslaafden, vanuit een herboren standpunt uiteraard. “Wat vinden je familie en vrienden hiervan?” “Die staan achter me. Ze hebben ook Jezus geaccepteerd. Ze zagen hoe gelukkig ik was.” Bengt. Vanmorgen is hij vertrokken, met gitaar en rugzak. Iemand kwam hem ophalen. De hand des Heren.

Zelf heb ik niet zoveel geluk met de hand des Heren. De Hand doet niet helemaal wat ik wil. Er is voorlopig geen veerboot vanuit Haifa naar Griekenland. Pas op 1 november gaat er weer een. Die heb ik geboekt. De reis duurt drie dagen; het schip vaart via Limassol en Rhodos en komt de vierde november ’s morgens aan in Piraeus. En dan nog zo’n drieduizend kilometer.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s