Het hedonistisch paradijs

Ik ben nu al een week in Tel Aviv, bijna twee keer zo lang als ik vooraf had gepland. Het bevalt me hier dus prima. Wat ik hier doe? Strandje liggen, krantje lezen, museumpje bezoeken (het Museum of Art en het Diasporamuseum en vooral dat laatste is boeiend), de kapper en de was en veel rondhangen, winkels kijken en bij Sanatos op het terras zitten. Dat kan nog; het is hier overdag zo’n dertig graden.

De eerste avond hier (feitelijk verblijf ik in Jaffa dat aan Tel Aviv vastgeplakt zit) was er een geweldig discofeest op de boulevard: love parade. Fantastisch, uitzinnig. De jongens met geblondeerde haartjes, stevig in de gel, oorringetjes, neusringetjes, glitterbroeken en blote bovenlijven. Ik was bijna vergeten dat het bestond. De boulevard is ongeveer vier kilometer lang en het is ook vier kilometer feest. En te midden van al dat uitzinnige gefeest: een gedenksteen voor de slachtoffers van een bomaanslag op een discotheek, vooral jongeren. De namen onder elkaar, in het Hebreeuws en in het Russisch (de meeste slachtoffers waren Russen). Kaarsjes er voor, stille jongeren er om heen en een oudere man met een van verdriet gegroefd gezicht. Een vader? Kaarsjes verversen, bloemen schikken. Het is hartverscheurend, zeker te midden van het discogeweld, zo verschrikkelijk hartverscheurend. Pas als je dat gezien hebt (in het echt bedoel ik; tv zegt niets) begrijp je hoe pervers de oorlog hier geworden is. Van beide kanten overigens: de Palestijnse doden worden in de Israëlische kranten slechts geteld – “five palestinians killed by IDF” – en dat is óók pervers.

Gedenksteen voor de slachtoffers van een bomaanslag.

Een gedenksteen voor de slachtoffers van een bomaanslag op een discotheek, vooral jongeren.

Ook op gewone dagen is Tel Aviv, en vooral de boulevard, een hedonistisch paradijs. Tel Aviv heeft een uiterst brutale bouwstijl, mooie witte stranden, een azuurblauwe zee en geweldig zicht op de dalende vliegtuigen naar Lot. Er zijn kermisattracties, nog meer discotheken, restaurants, fast food, ijswinkels, straatverkopers, strijkorkesten en eenzame muzikanten. En dan de mensen. Tel Aviv is nogal mixed. Er zijn veel Russen met mooie gezichten: brede jukbeenderen, blond haar, waterig blauwe ogen. Er zijn heel donkere Ethiopiërs en mooie Jemenitische meisjes. En er zijn veel Thais die de Palestijnse werkkrachten vervangen. Het barst er van de Russische prostituees: dik, erg geschminkt, veel goud. De Russen bevallen me het meest; ze weten behoorlijk in te nemen en dan knijpen ze die prostituees. Ik zit bijna elke avond op het terras van Sanatos, een café met vooral Russische clientèle en live Russische muziek waar melancholiek op wordt gedanst en daar kan ik het allemaal zien. Langs de boulevard ook veel paartjes; er wordt hier gezoend alsof het leven ervan afhangt en dat is ook zo. Dat was ik ook al bijna vergeten. En er zijn motorrijders (veel Japanse scheurdingen en ook wel BMW’s), fietsers (mountainbikes), honden aan de lijn (en hondenkapsalons). Kortom: Tel Aviv hééft het.

Tel Aviv.

Tel Aviv heeft een uiterst brutale bouwstijl, mooie witte stranden, een azuurblauwe zee.

Tel Aviv heeft gaylife. Tel Aviv is “gayfriendly” volgens een van de websites van de stad. Het houdt niet over, het is zeker geen Amsterdam, maar een verademing vergeleken met de Arabische steden. Caïro heeft ook gaylife maar dat is ondergronds gegaan na wat geruchtmakende arrestaties in verband met een seksfeest (volgens velen een opzetje van de geheime dienst) en nu kun je daar alleen in het Hiltonhotel elkaar een beetje beloeren bij een kopje koffie en onder het waakzame oog van zeer persistente obers. Tel Aviv heeft dus gaylife: een paar kroegen en het Independence park is volgens dezelfde website “an acceptable place to meet”. Ze zijn aardig, de boys, en ze zien er goed uit. Veel tussen de dertig en de veertig: het lijf is volgroeid maar de verpakking zit er nog strak om heen. Natuurlijk heb je kwasten die de eenakter ’Cool’ spelen maar met het merendeel raak ik gemakkelijk aan de praat. En ze zijn leuk, Juaf en Gabi. Vooral Gabi is leuk, uh… erg leuk, heel erg leuk om precies te zijn. Met Gabi had ik nog een date maar ik was te veel gespannen en dan ga ik allerlei dingen doen die nergens voor nodig zijn (de was, bijvoorbeeld, en nog maar eens douchen en mezelf zorgvuldig in de spiegel bestuderen) en het resultaat is dat ik veel te laat kom opdagen en Gabi alweer vertrokken is. Exit Gabi en daar heb ik wel spijt van.

Jaffa zit aan Tel Aviv vastgeplakt maar is het tegendeel er van. Jaffa is heel Arabisch hoewel er weinig Arabieren meer wonen. Het ligt wat hoger, op een rotspunt, en is voorzien van vestingwerken. Jaffa heeft een haven en een plein met terrassen. De hoogste objecten zijn de toren van een voormalig klooster (nu in gebruik als bezoekerscentrum) en de minaret van een moskee. De oproep tot gebed klinkt hier het mooist van alle plaatsen waar ik in het Midden-Oosten ben geweest. De geluidsinstallatie vervormt niet en de muezzin hoeft niet te concurreren. De oproep is van Gregoriaanse schoonheid; ’s nachts luister ik er vaak naar. Er is een grote rommelmarkt en de leukste winkel is een die plastic beelden verkoopt van Marilyn Monroe (iets kleiner dan levensgroot), van een zak patat, van een hotdog. Bij bakker Abu-en-nog-wat kun je vierentwintig uur per etmaal en zeven dagen per week verse broodjes kopen: koffiebroodjes, zoete croissants, gevulde pita’s, kleine pizza’s met ei of champignons, bagels, etc. Wat warm moet zijn wordt voor je warm gemaakt, in de oven waar je in kunt kijken. Waar Tel Aviv opwindend is, is Jaffa gewoon gezellig.

Ik logeer in het Old Jaffa Hostel, dat dorms (slaapzalen) heeft en double rooms in de klassen A, B en C. Ik slaap in een dorm, dat is betaalbaar (40 shekel per nacht). Het is een beetje shabby. De douches en de toiletten zijn schoon maar er zwerven kleine vliegjes rond. Er lopen kakkerlakken in de keuken en in de tv-kamer. Een beetje shabby maar wel gezellig. Het merendeel van de bewoners is vaste clientèle. Ik deel een kamer met David en nog een man die ik nooit goed zie. David is van middelbare leeftijd en heel erg Brits. Hoewel David ook een beetje shabby is heeft hij stijl, een natuurlijke stijl. Hij praat zorgvuldig heel beschaafd Engels. Hij heeft los-vast werk en is hier om te overwinteren zoals hij ook overwinterd heeft in Egypte, Griekenland en God mag weten waar nog meer. Er zijn twee Russen van wie er een Baris heet en de mooiste Rus is die ik ooit heb gezien: een gedrongen gespierd lijf met kogelronde billen en zachtgrijze ogen met een blik die zijn ziel toont als de vastberaden bestuurder van zijn lichaamsmachine. Verder verblijft er een jongen met een disco-outfit waaraan hij veel aandacht besteedt: oversized broek en hemd, mutsje op het kaalgeschoren hoofd, halsketting en spuitbussen; veel spuitbussen voor de oksels, voor zijn voeten, voor zijn hoofd. Het dagelijks toilet maken is een langdurig ritueel maar hij gaat er niet onder gebukt, integendeel: hij gaat er in op. En dan is er nog een klein mannetje met lange blonde haren en een wilde baard, een apostelgezicht. Natuurlijk zijn er ook vrouwen maar die maken op mij niet zoveel indruk, behalve een kleine zwarte Zuid-Afrikaanse met een gezellig Surinaams accent. Het is een soort familie waarvan ik aan de rand verkeer. Ja, gezellig, dat is het Old Jaffa Hostel. Het enige minpunt is de solitaire mug die mij elke nacht terroriseert.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s