Serious Bible Territory

Over Galilea merkt de Lonely Planet op: “Serious bible territory, Galilea is where Jesus did most of his preaching as well as a spot of water walking and some fish multiplying.” Dat is het ook: serious bible territory. Aan de noordzijde van het meer van Galilea liggen Kafarnaüm en Tabgha. Wat Jezus deed in Kafarnaüm is mij niet bekend maar bij Tabgha deed hij “some fish multiplying” en “a spot of water walking”. Bovendien is hij daar na Zijn verrijzenis verschenen aan Petrus en heeft hem tot Zijn opvolger benoemd. Daar ligt dus de oorsprong van de Katholieke Kerk. Er is een klein kerkje aan gewijd. In Nazareth staat de kerk van Maria Annunciatie op de plaats waar de engel Gabriel Maria heeft verteld over haar zwangerschap van Gods Zoon en een kerk op de plaats waar Jozef zijn werkplaats zou hebben gehad. Maar dat het indruk maakt op mij? Het geheel is nogal dik overgoten met een saus Nieuw Israël. Bij Tabgha, langs het meer, zijn wandelpaden aangelegd met zulke nieuwe stenen dat je geen moment het gevoel krijgt dat Jezus daar ooit gelopen zou kunnen hebben. En alles is keurig voorzien van bordjes met verklarende tekst. Door het Ministerie van Toerisme. De Maria Annunciatie in Nazareth is een betonnen geval uit 1969. In de benedenkerk zijn de resten van een Byzantijns kerkje bewaard. Zo pijnlijk nauwkeurig geconserveerd als een fossiel in plastic. In de bovenkerk zijn moderne wandtableaus te bewonderen. Typisch religieuze kunst; van die kunst die pretendeert klein en ingetogen te zijn maar in werkelijkheid extatisch kostbaar is. Het interessantst is nog de plek náást de Maria Annunciatie. Het is een open ruimte, half in gebruik als parkeerplaats en half als open lucht moskee. Op de groene afscherming van de moskee hangt een bord met uitleg. Hier heeft een religieuze school (madresa) gestaan, gesticht door een familielid van Saladin, een heilig man voor moslims. Die school is door de Israëliërs afgebroken zonder de bevolking te raadplegen (driekwart van Nazareth is moslim). Na veel soebatten heeft de Israëlische regering er in toegestemd dat de moslims er weer een moskee zouden bouwen. De uitleg eindigt met “Ook moslims geloven in Mozes en Jezus. Wij informeren u graag over ons geloof.” De sfeer in Nazareth is oppervlakkig nonchalant – alles gaat z’n gangetje en ik drink rustig koffie op een terras – maar eigenlijk heel gespannen als bij iemand die geweldig zijn best doet zich te beheersen.

Het meer van Galilea

Het meer van Galilea waar Jezus “some fish multiplying” en “a spot of water walking” deed.

Bible territory, maar dan toch het Nieuwe Testament. Voor joodse heiligheid moet je naar Safed, in de 16e eeuw het centrum van joods religieus leven en nu in beslag genomen door heel erg orthodoxe joden (de Lonely Planet zegt er over: “Ga niet op de sabbat naar Safed want zelfs de mussen vliegen dan niet”). Op straat veel zwarte pakken, grote ronde hoeden van bont, jongetjes met pijpenkrullen en vooral veel Engels met een Amerikaans accent. En het barst er van de synagogen. Ik heb er twee bezocht: de Caro synagoge en de Ha’ari Azkhenazi synagoge, beide gewijd aan grote leermeesters. Het zijn eenvoudige gebouwen, niet te vergelijken met de kerken en moskeeën die ik ken. Ze hebben iets intiems en iets intellectueels. Centraal staat de preekstoel en dicht daaromheen gegroepeerd de banken voor de gelovigen. De inrichting is fleurig en huiselijk. Terwijl het bij kerken en moskeeën vaak gaat om de indruk, de macht van de Kerk of de macht van God, gaat het in deze synagogen om het Woord.

Safed bestaat uit twee delen: een joods deel en een voormalig moslim deel, van elkaar gescheiden door een brede trap. De trap is aangelegd door de Britten om beide bevolkingsgroepen uit elkaar te houden. Het voormalige moslim deel is nu in beslag genomen door kunstenaars en de moskee is ingericht als expositieruimte. Het plaatselijke informatiecentrum geeft uitleg: bij de bestorming van Safed door het Israëlische leger in 1948 zijn alle moslims gevlucht en nu prima “geresettled” in Libanon en Syrië. Geen woord over terugkeer. Overigens hebben ook de moslims behoorlijk huis gehouden bij hun joodse buren, dat vermeldt het informatiecentrum wel. En zo zijn we bij het Nieuwste Testament aangeland.

De weg van Tiberias over de Golan hoogvlakte volgt eerst de Jordaanse grens; veel prikkeldraad, hekwerken en van die akelig geëgaliseerde velden met bordjes “danger, mines”. Dan komt het zuidelijk deel van de Golan. Dat deel is erg vruchtbaar; enorme akkers met beregeningsinstallaties en hier en daar een geweldig uitzicht over het meer van Galilea. Het noordelijk deel is woest en ledig als de aarde na de Apocalyps. Hier zijn de gevolgen van de oorlog zichtbaar. Kapot geschoten huizen, moskeeën en dorpen en Hebreeuwse graffiti, ongetwijfeld: “ze komen er niet door.” Langs de weg zijn shelters aangelegd. Op een plek kun je uitkijken over Kuneitra, in het niemandsland tussen Israël en Syrië, verwoest en verlaten. Er staat een verklarend bord bij: “Recht voor u ligt de vruchtbare vlakte van Kuneitra waar de beroemde Israëlische appels vandaan komen. Daarachter ziet u Kuneitra, dat Israël aan de Syriërs heeft terug gegeven. Links en rechts ziet u vulkaanheuvels. Die vormen de natuurlijke grens voor Israël”. Dat is duidelijke taal: de natuurlijke grens, dat geven we nooit meer terug. Als je van de Golan naar beneden rijdt kom je in Qiryat Shemona, bekend als doelwit voor de Katusjaraketten van Hezbollah. Ik ben er niet voor een Katusja-experience maar omdat hier een prachtige jeugdherberg ligt en er veel te zien is in de omgeving. Het is er rustig gebleven maar er komen helikopters over, er hangt een verkenningsballon in de lucht en twee keer zijn er gevechtsvliegtuigen door de geluidsbarrière gegaan. In de krant heb ik gelezen dat een stukje verderop weer een aanval van Hezbollah is geweest.

Het mag dan vorige week Yom Kippoer, verzoendag, zijn geweest, het gaat hier hard tegen hard. Jericho mocht ik niet in: afgesloten. Ook Jenin en Nablus kon ik niet bezoeken. De Israëliërs houden de Palestijnen in hun woonplaatsen gevangen maar bouwen óók gevangenissen voor zichzelf. Alle nederzettingen zijn grimmig omgeven door hoge hekwerken en wachttorens. En zo zit ieder achter het prikkeldraad. De afgelopen dagen waren weer onrustig. Nadat ik Nazareth had verlaten, is er een demonstratie geweest (een jaar geleden zijn er dertien Arabische Israëliërs doodgeschoten door de politie) waarbij met stenen is gegooid naar passerende motorrijders. Resultaat: een zwaar gewonde en twee licht gewonden. In de Gazastrook is weer een aanval geweest van Hamas waarbij twee doden zijn gevallen. Dan zijn er nog de korte berichten in de Jeruzalem Post: beschietingen, benzinebommen. De Palestijnen koken de Israëliërs langzaam gaar maar de Israëliërs kunnen er ook wat van. Bij een ’surprise wegblokkade’ van het Israëlische leger zijn twee Palestijnen doodgeschoten en een aantal anderen gewond. Het legercommuniqué stelt dat de taxi’s met hoge snelheid op de blokkade zijn ingereden. De soldaten hebben reglementair het vuur geopend: eerst op de banden geschoten en pas daarna op de mensen. De overlevenden vertellen een heel ander verhaal: er werd geschoten toen ze probeerden de wegversperring op te ruimen. De Ha’aretz meldt dat de banden heel waren maar de lichamen doorzeefd. Na de aanval in de Gazastrook zijn er inmiddels zes Palestijnen door Israëliërs doodgeschoten. En dat gaat zo maar door. Wil de laatste met een greintje gezond verstand even opstaan?

Het is niet alleen een politieke clash maar ook een culturele. Vlak bij Qiryat Shemona ligt een natuurreservaat. Ter grootte van een postzegel, maar bij de toegang wordt bezorgd gevraagd of ik wel water bij me heb. De Israëliërs zijn uitgerust als voor een safari: bergschoenen en reuzegrote waterflessen in isolerende foedralen. Er zit in dat natuurgebiedje overigens een Druus die een aardige handel heeft in koffie, thee en pita. Er staan overal bordjes. Bordjes die aangeven welke boom dit nu weer is en verbodsborden: niet in het water zwemmen, niet vissen, geen bloemen plukken, geen vuur, geen rommel achterlaten. Arabieren houden erg van de natuur en wat willen ze daar? Een beetje badderen, wat vissen, een vuurtje stoken om de gevangen vis te grillen en thee te zetten, wat kruiden plukken en, tenslotte, als dank voor het aangenaam verpozen laat men aan de natuur graag de schillen en de dozen. Arabieren zijn enorme rommelmakers. Als je zo’n Israëlisch natuurgebied hebt gezien, begrijp je pas hoe groot het culturele verschil is. In Mitzpe Ramon ontmoette ik Aya, uit Tel Aviv. Met haar had ik een gesprek over de Arabische omgangswijze. Ik vertelde hoe in Arabische landen problemen worden opgelost. Over het postkantoor in Caïro: handje vasthouden, arm over de schouder, knuffelen. Aya kijkt me even aan en zegt: “Daar hebben wij Israëliërs geen tijd voor.”

Ik kies niet in dit geweld. Maar met de Israëlische samenleving heb ik tot nu toe niks; erg materialistisch, erg overtuigd van zichzelf, erg opdringerig. Ik ben in de loop van mijn reis gesteld geraakt op Arabieren. Heimelijk ben ik toch een klein beetje op de hand van de Palestijnen. David tegen Goliath.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s