Sabbat

Het westelijk deel van de Negev is een landbouwgebied. Vlak en open als de Flevopolders. Naar het oosten krijgt de woestijn de overhand. De Negev verhoudt zich tot de Sinaï, de Arabische woestijn of de Sahara als een Nederlands natuurreservaat tot een oerbos. Er zijn tamelijk veel en goede wegen en dorpen en kibboetsen. Uitzichtpunten, bijzondere plaatsen en trekroutes – trekroutes in de woestijn! – zijn met bordjes aangegeven en voorzien van parkeergelegenheid en paden. Het is een woestijn, maar wel in control.

De Negev woestijn

De Negev woestijn

Vrijdagnamiddag en de sabbat is ingegaan. Er is geen kip te bekennen. Ik heb benzine nodig en ik wil graag iets eten en vooral iets drinken. Een bordje (richtingaanwijzers zijn in het Hebreeuws, Arabisch en Engels) wijst naar een tankstation met cafetaria. “Gesloten”, de eigenaar gaat naar binnen en draait de deur op slot. Ik zocht mijn geluk bij een kibboets maar ook daar is niks te krijgen, zelfs geen glas water wordt me gegund. “This is private territory” zegt een man met een zwaar Amerikaans accent en posteert zich voor mijn motor, zodat ik achteruit moet om te kunnen keren. Uiteindelijk beland ik in Mitzpe Ramon. Mitzpe Ramon is een niet bijzondere tamelijk nieuwe plaats met veel geplande woningbouw en publieke kunstwerken. De bevolking bestaat voor een groot deel uit Russen; er wordt weinig Engels gesproken. Op straat lopen mannen en jongens uniform: zwarte broek, wit hemd met franjes er aan, wit keppeltje. Er zijn wat shopping malls met supermarkten – ik heb zeven maanden geen supermarkt gezien – en cafetaria’s. Alles is gesloten. Mitzpe Ramon ligt aan de rand van een enorme meteoorkrater, volgens de Lonely Planet de highlight van de Negev. Veel toeristen brengt dat niet. Het grootste hotel, Ramon Inn, is gesloten evenals een kleiner hotel en de jeugdherberg. Ik heb onderdak gevonden bij Alexis Ben Zaïd, een Algerijnse jood. Hij spreekt Frans en is Frans. Zijn huis is comfortabel en heel schappelijk geprijsd voor zestig Shekel per nacht, vijftien dollar.

Schappelijk, voor Israëlische begrippen. Voor mij is hier alles duur, vreselijk duur. Vraagt Alexis zestig shekel, het enige hotel dat in Mitzpe Ramon open is kost driehonderd shekel, ongeveer zeventig dollar. Benzine kost vier en een halve shekel per liter, viermaal zoveel als in Egypte maar is wel van betere kwaliteit. Voor sigaretten betaal ik elf en een halve shekel (twee en een halve dollar). Afgrijselijk. Het is hier héél duur maar je krijgt ook héél veel. In het hotel, dat van driehonderd shekel, heb ik de avond en de ochtend van de sabbat gegeten. Het avondeten is een lopend buffet met twee soorten vlees, vis, pasta, aardappelen, groente. Daar komt nog een karaf met een liter cola bij. De Israëlische gasten laden hun bord tot de rand vol en de meesten halen nog een tweede portie. Voor het ontbijt is beschikbaar: verse kaas, roomkaas en feta, tomaten, komkommers en olijven, gekookte eieren en roerei, worstjes en cornflakes, jam en honing, roomboter en margarine, vier soorten brood, vruchtensappen, koffie, thee en melk. Zoveel en zo vet, dat ben ik niet meer gewend. Mijn maag is van streek geraakt en ik heb diarree gekregen. De supermarkt toont dezelfde overdaad. Er is een groot assortiment aan vis, vlees, kaas, groenten en vruchten, grote dozen met salades, megapakken chips en koffie, thee, bier en wijn. Huisvrouwen hebben hun winkelwagens tot de rand toe gevuld. Het verschil in welvaart tussen de Arabische landen en Israël is schokkend. Ik ben naar buiten gekomen met een brood, gerookte vis, salade en yoghurt. Geen koffie want die heb ik in het keukenkastje van Alexis ontdekt.

Ik bezocht het huis van David Ben Gurion, de eerste president van Israël. Het ligt niet ver van Mitzpe Ramon en is nu een museum. Er hangen foto’s van Ben Gurion met andere zionistische voormannen en op de achtergrond, los van het gezelschap, een Bedoeïen, kennelijk de gids. Ben Gurion had wat met de Negev: “A vast unpopulated area. Even if we give vast areas to the Bedouins there is enough for our objectives” (dit is geen precies citaat). Een Europees koloniaal en een cynisch politicus: “Als ik moest kiezen tussen Galilea en de Negev, koos ik natuurlijk voor Galilea. Maar ze [de Britten, de UN] hebben ons Galilea aangeboden. Dus vecht ik voor de Negev.” In het museum hangt ook de onafhankelijkheidsverklaring van de staat Israël en daarin is te lezen dat Israël de Arabieren de hand reikt. Er staat niet bij wat dat inhoudt. De foto’s in het museum spreken voor zich. Foto’s van zionisten die werken aan de opbouw van het land en foto’s van de resultaten. Bedoeïenen en Arabieren zijn zelden in beeld. Zijn ze in beeld, dan aan de rand; als toeschouwer. De boodschap is duidelijk: “Loop ons niet voor de voeten; we zijn bezig.”

 

 

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s