De aanslag

Op weg naar de Rode Zee verlaat ik Luxor vroeg in de ochtend. Over de Corniche en langs het Winterpaleis. Geen Kumsan. Ik passeer de buurt waar hij woont, zie een glimp van het straatje. Geen Kumsan. Bij de uitvalsweg naar het noorden is een politiepost met een knaap in burger. Die heeft strikte orders, zegt hij, om geen buitenlanders zonder escorte voorbij te laten. Ik heb geen boodschap aan zijn orders, geef gas en rij door. Vijf kilometer verder is weer een politiepost. Waar ik naar toe wil? Naar Qift, meneer, en vandaar door de woestijn naar Quseir en Safaga aan de Rode Zee. Hier zijn blijkbaar geen strikte orders aangekomen want ik mag zonder escorte gewoon naar Qift. Dan lekker honderdtachtig kilometer woestijn, zonder politiepost tot aan de Rode Zee. Ik bracht drie dagen door in een touristresort ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Safaga, reed vervolgens langs de kust tot Ras Gharib en nam daar de woestijnweg naar Sheikh el Fadl en Minya in het Nijldal. Bij Ras Gharib weer politie: “Wat wilt u toch in Minya? Ga toch lekker naar Caïro!” Tot Sheikh el Fadl tweehonderdzestig kilometer lang geen politie meer gezien. Bij Sheikh el Fadl nam ik de weg naar Minya, en hier gaat het weer vrolijk verder: drie politieposten, drie keer vragen beantwoorden. Waarom gaat u naar Minya, in welk hotel zult u verblijven, hoelang blijft u daar, waar gaat u daarna naar toe, langs welke weg gaat u dat doen? Als je nog geen helderziende bent, dan word je het hier wel want ik heb alle vragen beantwoord en de antwoorden blijken achteraf aardig te kloppen.

Door de lange rit en het oponthoud bij de politieposten kwam ik laat aan in Minya, vlak voor schemering, en dan moet er nog een hotel gevonden worden. Hotel Nefertiti aan de Corniche is voor mij veel te duur, zeventig dollar per nacht. Het is een hotel voor toeristen uit de duurdere groepsreis – er verblijft een Nederlands gezelschap keurig geklede en gecoiffeerde dames en heren – en er staan livreiers voor de deur. Die verwijzen mij minzaam naar hotel Akhenaten: “Heel geschikt, aan de Corniche, vijfhonderd meter die kant op.” Hotel Akhenaten ligt niet direct aan de Corniche maar in een zijstraat. Ik kan kiezen uit twee kamers: een van veertig pond en een van zesenvijftig pond. De kamer van veertig pond is een beetje shabby, op de eerste etage en dus dicht bij het straatlawaai en zonder airconditioning. De andere kamer is op de vierde verdieping, met balkon, airco, koelkast en tv. Die neem ik; het is wel prijzig maar een prettige omgeving en een goede nachtrust is wat waard. De gasten van Akhenaten: wat vertegenwoordigers, een paar Egyptische echtparen en een groepje jongemannen. Denkelijk voetballers.

De hotelboy helpt mijn bagage naar boven te brengen. Het is een aardig jongetje van een jaar of tien. In de lift vertelt hij opgewonden een verhaal en ondersteunt dat met gebaren en geluid: armen gespreid, wiegend, hoofd naar voren, “broemm”, plotseling hoofd naar achteren en “boem!” Er is blijkbaar een vliegtuig neergestort. Dat is natuurlijk erg maar gebeurt wel vaker, hoewel misschien niet bij Minya, en geen reden voor grote opwinding. Ik blijf er kalm onder. De jongen begrijpt dat ik hem niet begrijp, sleurt mij bijna naar mijn kamer en zet de tv aan. Het is een slim ventje: hij kiest geen Arabische zender, waarvan hij kan vermoeden dat ik die toch niet versta, maar Fox. Vanuit mijn ooghoek zie ik twee wolkenkrabbers gehuld in zwarte rook. “Een rampenfilm” denk ik, tot ik naar het commentaar luister: er zijn twee vliegtuigen tegen de torens van het World Trade Centre gebotst! De beelden zijn fascinerend. Er botst een vliegtuig tegen een van de torens en even later nog een vliegtuig tegen de andere. De beelden worden keer op keer in slow motion herhaald. De torens verorberen de vliegtuigen, spuwen de brokstukken uit zoals een viseter graatjes, gevolgd door een vuurbal als een grote boer. Uit de torens komen enorme zwarte rookwolken en dan begint een van de torens in elkaar te zakken. De mast bovenop gaat rechtstandig naar beneden, eerst langzaam maar dan steeds sneller. Het is als de ondergang van de Titanic in de film, aangrijpend en majestueus. Even later stort ook de andere toren op dezelfde wijze in. Enorme stofwolken, rennende mensen, paniekerige straatbeelden; de beelden worden keer op keer herhaald. Wat is dit in Godsnaam? Er is wereldwijde paniek: verslaggevers melden zich van overal en Mubarak legt op tv een verklaring af.

Ik moet weten wat er is gebeurd. Douchen, eten in het restaurant op de hoogste verdieping – mooi uitzicht over nachtelijk Minya – en dan het centrum in. De politie vindt dat laatste niet prettig en dringt mij een veiligheidsman op. Hij en ik hebben een deal gesloten: ik tolereer zijn begeleiding als hij zich niet tegen mij aandrukt en zijn pistool verbergt in de zak van zijn helabaya. Ik vind een aardig theehuis. Het terras zit vol, binnen staat de tv aan die een oude Egyptische soap toont. Alle Egyptische soaps hebben hetzelfde soort plot. Een jongen wil een meisje trouwen en daarvoor is de hulp van een tante nodig omdat ze rijk is of invloed heeft. Tante woont al jaren in het buitenland en niemand weet precies hoe ze er uit ziet. Maar tante komt niet en een van de vrienden moet dan voor tante spelen. Travestie, waarbij het ontwijken van avances en zoenen van oudere ooms de grootste lol vormt. Dan komt tante toch nog op de proppen en bestaat de pret uit het verbergen van het bedrog. Veel geloop en veel gesluip, deur in deur uit. Het bedrog komt natuurlijk uit maar het verhaal heeft altijd een happy end. Onderbroekenlol, als in een middeleeuwse klucht. Voor mij wordt een andere zender opgezocht met beelden van New York, omdat ik het vraag. Het gaat niet helemaal van harte maar de soapliefhebbers schikken zich zonder morren. Dezelfde beelden. Volgens sommige terrasbezoekers zijn er vier vliegtuigen gekaapt; twee zijn te pletter gevlogen tegen de torens van het WTC, een is er terecht gekomen op het Pentagon en een is zoek. Volgens anderen zijn er wel acht vliegtuigen gekaapt waarvan er nog vijf zoek zijn. Er schijnen beelden te zien geweest te zijn van juichende Palestijnen maar die worden niet meer herhaald. Hetzelfde geldt voor de toespraak van Mubarak. Omdat ik de enige liefhebber ben en de beelden steeds hetzelfde blijven wordt al gauw weer teruggeschakeld naar de soap.

Vliegtuigkapingen, dus terroristen. Maar waarom en wie zit daar achter? De mensen willen wel graag een praatje maar zijn niet zo happig op het leveren van commentaar. Dat is logisch, want in Minya is de politie en de veiligheidsdienst nadrukkelijk aanwezig en mijn veiligheidsman zit ook op het terras. Er zijn allerlei meningen en ‘feiten’. Over de terroristen (misschien Palestijnen maar het kunnen ook de Israëliërs zijn), over de oorzaak (“het is de schuld van Israël”), over het doel, over de gevolgen. De bedoeling zou zijn om het Witte Huis te treffen. Voor zover bekend leeft George Bush nog maar hij zou het Witte Huis hebben verlaten. De mensen vinden het, bedekt, wel mooi: George Bush op de loop en Amerika een flinke tik op de neus. Maar er is ook twijfel: het is toch niet te gek geworden? Ze vragen aan mij hoe groot die torens eigenlijk zijn. Ze verwachten dat ik, westerling, dat wel weet. Zij hebben geen idee van de omvang van de ramp maar ik ook niet. Ik heb ze nooit gezien. Ik denk dat het een catastrofe is, maar de omvang er van kan ik niet goed duidelijk maken. Er zijn in Minya geen gebouwen van meer dan zes verdiepingen. Iedereen heeft zo zijn twijfel en zorgen. Wat zal Amerika doen? Veel van de omstanders verwachten dat Israël de gelegenheid zal aangrijpen om weer een oorlog te beginnen (In Egypte leeft algemeen het idee dat Israël veroveringsoorlogen voert om de stroom joden te herbergen). De ’weetjes’ rollen over tafel: de Israëliërs willen de Aswandam bombarderen (mij lijkt dat onwaarschijnlijk want te ver), ze willen de tunnel onder het Suezkanaal bombarderen (lijkt me ook onwaarschijnlijk want te diep) en ze zullen atoombommen gebruiken.

Ik ben in Minya, uitgerekend nu in Minya, dat geldt als hét broeinest van terrorisme in Egypte. Het schijnt dat Minya het bolwerk is van de Moslim Broederschap die in Egypte een historie heeft van politiek geweld. Maar Minya oogt als een gewone gemoedelijke provinciestad en zoals overal in Egypte zijn de mensen vriendelijk en belangstellend. Naast mij, op de grond, is een schoenpoetser annex schoenmaker aan het werk. Hij verzoolt een paar schoenen. Hij maakt het bovenwerk los en zoekt een nieuwe zool uit. De zool en de bevestigingsrand van het bovenwerk worden met lijm ingesmeerd en de delen aan elkaar genaaid. Het is vakwerk, een draad linksom en een draad rechtsom, en handwerk; de schoenmaker steekt zichzelf herhaaldelijk in de vingers. Het is nog een jongen en hij doet zijn werk met overgave. Hij glimlacht vriendelijk als hij merkt dat ik zijn werk bekijk en ik ben geen moment bang dat hij zich met zijn naald op me zal storten. Als er iets broeit in dit nest, dan is het de staatsrepressie en die is van hetzelfde laken een pak als in Asyut waar ik een tijdje geleden was. Overal langs de straten staan betonnen duiventillen, een hokje op een hoge poot, met daarin een soldaat of een agent die de straat in de gaten houdt. De wapens zijn geolied, er is tenminste één pantserwagen en verder stikt het van politie en veiligheidsdiensten. De persoonlijke bescherming is hier in Minya tot nog grotere hoogten opgevoerd. De veiligheidsman verliest me geen moment uit het oog en de dienst heeft eigenlijk liever dat ik netjes in het hotel blijf. Minya en New York mogen dan wel ver van elkaar liggen maar ik ben bang dat de mensen hier nog last krijgen van wat dáár gebeurt. Nog meer repressie, vrees ik.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s