Nog ‘n keer: Kumsan

Ik wilde via Luxor naar de Rode Zee. Ik had ook de weg vanaf Edfu naar de kust kunnen nemen maar die komt uit bij Marsa Alaam en daar is niks. En zo heb ik een argument om naar Luxor te gaan en Kumsan op te zoeken. Het ging niet goed met Kumsan. Hij voelde zich ziek, klaagde over een wond aan zijn been, over pijn aan zijn hoofd en over een dikke nek. Hij zag er inderdaad niet goed uit. Een infectie? Hij kent het woord ‘infectie’ niet. Ik heb een fles mineraalwater voor hem gehaald en hem aspirines gegeven. Daar is hij blij mee en hij knapt een beetje op. We maken een afspraakje om ’s avonds thee te drinken en ik beloof hem medicijnen, mijn antibioticum.

’s Avonds gaan we eerst naar de fotohandel want ik heb een filmrolletje gebracht met twee foto’s waar hij op staat. De fotoman spreekt goed Engels en ik maak van de gelegenheid gebruik om er achter te komen wat Kumsan precies mankeert. Hij heeft gevoetbald, is gevallen en nu schijnen er glassplinters in zijn been te zitten en dat is gaan ontsteken. Ik geef hem de antibiotica, leg hem uit hoe hij deze moet gebruiken (elke dag een halve pil, tot ze op zijn, twintig dagen lang) en vraag hem naar de dokter te gaan. Dat ontwijkt hij: “May be, may be the day after tomorrow.” Hij heeft geen geld voor de dokter maar kan het misschien van zijn broer krijgen. Van die broer verwacht ik niet veel, het is degene die ruzie heeft met zijn vrouw. Ik geef hem veertig pond en hij belooft te gaan. Ik beloof op mijn beurt een motorrit, als hij in goede conditie is.

Als ik hem de volgende dag ophaal ziet hij er piekfijn uit, niet in een Egyptisch hemd als de vorige keer maar westers: een lichte broek met elastieken band en veel zakken, een glimmend zwart shirt van nylon en glimmende schoenen met stompe neuzen. Ik bid dat hij deze uitmonstering niet voor de gelegenheid heeft aangeschaft maar helemaal gerust ben ik daar niet op. Hij voelt zich beter. Hij is naar de dokter geweest, zijn broer heeft geld gegeven. Volgens de dokter viel het wel mee, hij heeft iets voorgeschreven gekregen en mijn antibioticum was, volgens de dokter, ook goed voor hem. Mijn geld heeft hij gebruikt om de voorgeschreven medicijnen te kopen. Voor wie denkt dat hij zich heeft aangesteld: een laconieke houding, – ‘wat vanzelf gekomen is gaat ook vanzelf weer weg’ – is weggelegd voor mensen die enige notie hebben van de oorzaak en het verloop van ziekten en bovendien beschikken over een verzekeringspolis mocht het anders uitpakken. Over beide beschikt Kumsan niet. Hij wordt niet met gillende sirene naar een ziekenhuis gebracht met emergency room en intensive care waar een regiment dokters klaar staat om je desnoods voor de poort van de dood weg te slepen. Voor hem is er op zijn best een gammel busje van de Rode Halve Maan dat hem naar een staatsziekenhuis brengt waar ze beschikken over aspirine en verband.

We gaan naar de westoever om wat tempels te bekijken. Om hem een plezier te doen laat ik de motor honderdveertig lopen, even maar, en hij vindt het geweldig. We gaan twee tempels zien: die van Hatseptut en die van Seti I. Kosten: voor mij vierentwintig pond, voor hem … twee pond! Er is een groot onderscheid tussen Egyptenaren en buitenlanders, dat vindt Kumsan ook. Hij kan er niet over uit. Hij maakt zich weer zorgen (hij is nogal zorgelijk ingesteld): ze zullen hem vast niet toelaten en hij krijgt moeilijkheden met de autoriteiten. Ik vind dat belachelijk maar om hem gerust te stellen beloof ik te doen wat hij vraagt: ik ga eerst naar binnen en zal dan wachten tot hij komt. Bij de eerste tempel, die van Hatseptut, is het meteen raak: ik kan gewoon doorlopen maar hij wordt apart genomen door een vent in burger. Dus leg ik uit: “Ik heb hem uitgenodigd, hij hoort bij mij”. Van een driesterren-politieman mag hij naar binnen. Maar de zorgen blijven: als hij terug komt moet hij zich melden bij de burgervent. En dat doet hij braaf. Wat de man tegen hem zegt versta ik niet maar ik blijf er naast staan. Later legt hij uit: hij heeft, als de meeste arme Egyptenaren, geen identiteitskaart en zonder zo’n kaart mag hij eigenlijk niet naar binnen. Mij is niks gevraagd; er is veel onderscheid tussen Egyptenaren en buitenlanders. Bij de tempel van Seti is het hetzelfde liedje. Een blaag, nog geen baard, in een modieus pakje, een zonnebril op de neus en een portofoon in de hand is onverbiddelijk: Kumsan mag er niet in. Kumsan dringt aan dat ik dan alleen zal gaan, maar dan moet ik hem achterlaten bij de blaag en dat lijkt me niks. “Hij niet, ik ook niet.” We lopen naar de motor maar worden weer teruggeroepen: het mag plotseling wel. Veel hebben we niet van de tempel gezien want Kumsan was zenuwachtig en we hadden een ongevraagde gids. Bij de uitgang moeten we wachten: de blaag heeft zijn baas gebeld en die komt er aan. De baas komt en we leggen uit dat we geen enkele regel overtreden hebben; we wilden immers weggaan maar werden alsnog toegelaten. De blaag krijgt op zijn kop: hij had de baas vooraf moeten bellen en niet achteraf. Eind goed al goed, maar veel heeft Kumsan niet genoten van de tempels.

Dan met de motor terug naar de oostoever en naar zijn huis. Hij wil me voorstellen aan zijn moeder en zijn broer, die broer. De ontvangst is hartelijk en minder formeel; ik ben er voor de tweede keer. Er wordt gevraagd of ik cola wil maar als ik zeg dat ik thee ook lekker vind krijg ik thee. Moeder is een drukke vrolijke vrouw met een schelle stem. Tussen de broer en diens vrouw is het blijkbaar goed gekomen; ze is teruggekomen en het is een leuk meisje dat niet op haar mond is gevallen. De broer heet ’Allah’ (Wijst naar boven en zegt “big Allah”, wijst naar zichzelf: “little Allah”. Wat een merkwaardige ouders: de ene zoon noemen ze ’hemd’ en de ander ’God’). Hij is een type met wat pretenties, iets te joviaal – “listen my friend” – en kan niet verbergen dat hij ook de geneugten zou willen die Kumsan geniet. Hij biedt aan mijn schoenen te poetsen, “for free”, alsof dat de basis is van de vriendschap tussen Kumsan en mij. Kumsan merkt dat blijkbaar ook op, zegt iets tegen zijn broer en het voorstel is van tafel. Ik vraag of Kumsan misschien wat foto’s wil van zijn familie. Hij: “If you want to make photos, it is okay.” Dat is geen antwoord op mijn vraag maar ik laat het er voorlopig bij. Ik ga foto’s maken. De broer wil dolgraag op de motor gefotografeerd worden met de hele familie er om heen. Kumsan staat gewillig zijn plaats af en belandt in de figurantenrol. Ik maak er nog een paar en ook een van de broer en diens vrouw; misschien helpt dat voor de relatie. Kumsan haalt zijn medicijnen te voorschijn: mijn antibiotica en een plakkerig flesje waaruit hij een lepel moet slikken. Een drankje tegen ontsteking? Hij laat me het etiket lezen. Er zit iets in met ammonium, iets met zoutzuur, nog wat anders en menthol. Het is hoogstwaarschijnlijk een placebo. Voor drieëndertig pond, maar ik zeg er niks van want Kumsan voelt zich er goed bij. Ik open het doosje met de antibiotica. Er zijn twee pillen uit. Dat kan niet want hij moet een halve pil per dag slikken en er had dus maximaal een pil uit kunnen zijn (eigenlijk maar een halve). Het blijkt dat moeder de pillen ook maar eens geprobeerd heeft.

De broer van Kumsan en diens vrouw.

De broer van Kumsan en diens vrouw; misschien helpt de foto de relatie.

’s Avonds poetst Kumsan nog een keer mijn schoenen en mijn handschoenen, als afscheidsgeschenk. Dan gaan we thee drinken. Kumsan is bedroefd en ik ook. Wij zullen elkaar waarschijnlijk nooit meer zien; hij weet dat en ik ook. We roken samen nog een sigaret. Dan is het moment gekomen. Ik geef hem een hand en wens hem het beste. Afscheid nemen doet pijn maar hoort bij reizen.

 

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s