Poste restante

Eindelijk Caïro! Ik ben in triomf binnengereden. Niemand heeft het gemerkt maar voor mij was het triomf: het is gelukt, na bijna twintigduizend kilometer, eindelijk Caïro! Trots over de brede Corniche langs de Nijl, voorbij het Egyptisch Museum, dan de Talaat Harb op en naar links de Quasr el Nil, tot in het hart van de stad. Wat heb ik tegen deze megapool opgezien! Ik verwachtte tumult en chaos. Het is meegevallen; het verkeer is wel druk maar redelijk ordelijk. Voor vieren had ik al een hotel gevonden en ik voel me onmiddellijk thuis.

Caïro is geweldig, Caïro hééft het! Beiroet heeft het helemaal niet, Amman eigenlijk ook niet, Damascus en Ankara een beetje. Caïro heeft het, net als Istanboel. Trotse torens van banken en hotels langs de Nijl. Brede avenues. Grote woonblokken van vijf tot acht verdiepingen met prachtige gevels uit de negentiende en twintigste eeuw. Nogal groezelig maar dat hoort bij zo’n stad, net als de luchtvervuiling (ik hoest hier weer en heb last van branderige ogen), het lawaai en het stof. En het is heet, smoorheet. Lopen is een hink-stap-sprong tussen de druppelende airco’s en de auto’s door en langs opgebroken wegen en stoepen. Maar Caïro hééft het! ’s Avonds is het enorm druk op straat. De winkels zijn tot elf uur open; etalage kijken is een hobby, vooral van de mannen. Voor de bioscopen staan grote drommen mensen. Caïrenen zijn filmliefhebbers. De pleinen zijn vol flanerende mensen, mensen op bankjes, mensen in en voor de eettenten. Kinderen, oude mensen, jonge mensen, ballonverkopers, vuurvreters, suikerspinverkopers. Ook op de Corniche langs de Nijl wordt druk geflaneerd. Rondvaartboten met knipperende lichtjes varen af en aan. Feest! Hele families stappen in, gewapend met pizzadozen en blikjes, en bruidsparen in grote hartvormige stoelen met de hele familie eromheen en muziek erbij en bekeken, becommentarieerd en toegejuicht door de toeschouwers aan de wal. Restaurants, terrassen en gebakjeswinkels. ’s Morgens drink ik thee bij Groppi en ’s avonds koffie in het Hilton. Caïro hééft het!

Koptisch Caïro en islamitisch Caïro zijn middeleeuwse stadsdelen. Op weg naar islamitisch Caïro ontmoet ik Mohammed. Mohammed zegt dat hij leraar Engels is – hij spreekt het redelijk goed – maar waarschijnlijk is hij (ook) een toet. Hij wijst me de weg naar de Al Azhar moskee (en universiteit, de oudste nog functionerende universiteit ter wereld). Op eigen gelegenheid bezoek ik de middeleeuwse stadspoorten Bab Al Futuh en Bab Al Nasr en dan is Mohammed er weer. Hij neemt me mee naar de Al Muayyad moskee waarvan je de minaret kunt beklimmen en boven heb je een prachtig uitzicht over de stad. Overal torens, minaretten, wolkenkrabbers – de Niletower – en de citadel en in de verte, Mohammed wijst het me aan, tussen twee wolkenkrabbers door: de piramiden. Met Mohammed moet ik, of ik nou wil of niet, naar een papyrusfabriek, een parelmoerenkistjesmaker en naar de kruidenwinkels. Maar het is interessant en Mohammed dringt niet op koop aan. Ik duik ook nog bij een koperbewerker naar binnen. Dat is een aardige man, trots op zijn vakmanschap, en hij toont mij zijn modellenboek: “Kijk, zie je die lamp daar? Kopie uit de synagoge Ben Isr (in het koptische stadsdeel). En die daar: mammeluks. En van dit lampje is het kapje Maghreb en de kast Nubisch; leuk voor met Kerstmis!” De koperbewerker is blijkbaar geen klant van Mohammed want die blijft buiten staan. Toet of niet, Mohammed is een aardige vent en ik heb afgesproken met hem thee te drinken. Mohammed gaat over twee weken trouwen en naar Parijs op huwelijksreis. Mohammed is 36 en zijn verloofde 23. Het kost veel geld om te trouwen, zijn huwelijk kost wel 45.000 pond (meer dan 10.000 dollar). Ik vraag Mohammed of hij van haar houdt en hij zegt: “Ze is heel aardig en heel beleefd, natuurlijk houd ik van haar.”

Ik ben hier niet alleen voor de stad maar ook voor de post. Direct na aankomst in Caïro ben ik naar het postkantoor gegaan, naar de poste restante afdeling. De brieven waren gauw gevonden maar ik verwachtte ook twee pakjes: een van mijn ouders en een van de motordealer met een nieuw oliefilter. Daarvoor moest ik terugkomen want de pakjesafdeling was gesloten. Dus de volgende dag naar loket 10. Achter het loket zat een heel dikke hevig zwetende man. Volgens hem moet ik eerst naar loket 5 om een formulier op te halen, “very important!” Loket 5 is van de brievenafdeling en ik begrijp het systeem: als er een pakje komt, dan leggen ze een signaleringsformuliertje bij de afdeling ’brieven’ en dat haal je op en daarmee ga je naar ’pakjes’. Bij loket 5 is er geen formulier voor mij – anders had ik dat al de vorige dag gekregen – en dus terug naar loket 10. De zwetende man is bereid voor mij in het grote boek te kijken na een vluchtige blik in mijn paspoort geworpen te hebben. Hij bladert wat en komt terug met “geen pakje”. Volgens hem moet ik naar Ramses Station, second floor. Die truc ken ik: zo geef je iemand valse hoop en ben je voorlopig van hem af. Daar trap ik niet in. Ik vraag of ik zelf in het grote boek mag kijken. Nee, dat mag niet. Ik vraag of ik dan in de rekken met pakjes mag kijken. Nee, dat mag ook niet. Dan maar de verrassingsaanval. Ik loop om de loketten heen, via de dienstingang, direct naar ’pakjes’. Er ontstaat opschudding; ze hadden me toch gezegd dat er geen pakje was en wat wilde ik nu? De dikke man pakt me bij mijn schouder en leidt me het kantoor uit. Hij zegt iets dat ik niet versta maar dat klinkt als een honingzoet “als je nu niet weggaat dan trap ik je er uit.” Ik ga geen stennis maken, ik heb mijn les geleerd bij de Jordaanse douane, ik probeer de Arabische tactiek. Ik sla ook een arm om zijn schouder en houd zijn hand vast: “We kunnen toch samen in het grote boek kijken?”. Na wat heen en weer gepraat en geknuffel geeft hij toe; de Arabische tactiek werkt. Hij toont me het grote boek, een beetje grijnzend, want het is in het Arabisch en dat kan ik niet lezen. Hij is bereid landen van herkomst voor te lezen: “Francia”, “Belgica”, “Tjsech”, “Espanja”, “Holland”. Holland! Welke naam? “Are you Plastic Industries?” Nee, dat ben ik niet. Dat gaat zo 10 pagina’s door: af en toe “Holland” maar niet met mijn naam. Ik begin het al op te geven en dan weer “Holland” en “Heznens”. “Yes, that is me!” Iedereen in het kantoor is enthousiast. De dikke zwetende man drukt me tegen zich aan en zoent me links en rechts. De andere ambtenaren kijken lachend toe en feliciteren me. Het pakje wordt opgehaald. Het is dat van mijn ouders, het is opengemaakt en weer verzegeld maar de inhoud zit er nog in: drie pakjes shag, een verjaardagskaart en een briefje. Er wordt een ontvangstformulier opgemaakt en ik moet twintig pond administratiekosten betalen. Oké, nu het tweede pakje met de oliefilter. “Er is geen tweede pakje.” Het proces begint van voren af aan. “Laten we de andere pagina’s van het grote boek nog eens bekijken?”. Dat doen we, maar geen tweede keer “Holland” en “Heznens”. Het staat er niet in, geen pakje, en dus moet ik voorlopig in de nederlaag berusten. Maar ze zijn nog niet van me af, daar bij loket 10; ik kom terug!

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s