Effe niks

Van Madaba naar Amman is maar veertig kilometer en toch ben ik vroeg vertrokken om fris de stad in te rijden. Ik moet op het verkeer en het wegdek letten en ook nog mijn weg zoeken. Daar moet je fris voor zijn en geen haast hebben. Binnen een uur was ik in Amman en drie kwartier later had ik al het hotel gevonden dat ik uit de Lonely Planet had geselecteerd: Farah.

Farah is wat de Lonely Planet belooft: basic, schoon, vriendelijke staf en goedkoop. En het hotel heeft de beschikking over een afgesloten parkeerplaats voor mijn motor. Dat is ook belangrijk. Basic: kamer met bed en onderlaken, tv die het niet doet, ventilator die het ook niet doet, maar die is hier niet nodig want het koelt ’s nachts lekker af, gemeenschappelijke douche en toilet met een kan voor de spoeling. Het is zo’n hurktoilet. Ik ben er niet dol op. Je moet zo diep door de knieën om je behoefte te doen. Schoon: douche en toilet worden meermalen per dag gereinigd. Niettemin, een keer na ’gedane arbeid’ spoelde ik door met de kan water en toen kroop een grote bleekgele kakkerlak uit het gat. Geschrokken heb ik het kreng met een flinke plens water terug naar zijn duistere krochten gespoeld. Nu kijk ik altijd tussen mijn benen door als ik daar hurk. Goedkoop: ik betaal zeven dinar voor overnachting en anderhalve dinar voor het ontbijt, dat goed is. Vriendelijk: ze hadden geen eenpersoonskamer meer, dus ik zei “Doe mij dan maar een tweepersoonskamer.” Voor de prijs van een tweepersoons uiteraard. De manager: “U bent alleen dus betaalt u ook voor één bed”. En ik mag die ruime kamer houden. Farah heeft ook een bibliotheek, een verzameling boeken bij de receptie. Je kunt boeken lenen maar ook ruilen. Ik heb Foulkners ‘Intruders in the dust’ en Saylors ‘Murder on the Apian way’ geruild tegen ‘De grote spoorwegcarrousel’ (in het Nederlands) van Paul Theroux.

Godzijdank zijn er geen bezienswaardigheden in Amman. Oké, er is een amfitheater, een odeon en een nympheum maar daar ben ik met geen stok meer naar toe te krijgen. Ik heb er genoeg gezien. Maar aan het Nationaal Archeologisch Museum op de citadel kan ik niet voorbijgaan. Het is klein maar goed opgezet en goed gedocumenteerd. Per periode wordt steeds een korte beschrijving gegeven van het klimaat, de natuurlijke omgeving, architectuur, organisatie en religie, economie en geschreven bronnen. Ik ontdekte er de geschiedenis van de Decapolis, een verbond van tien steden die gesteund werden door de Romeinen om zich het joodse volk van het lijf te houden. Het gedoe in deze regio is dus niet van vandaag of gisteren. Het museum heeft ook heel interessante objecten, waaronder een schedel met sporen van een trepanatie – een chirurgische ingreep: gaten boren in de schedel – die gedeeltelijk was geheeld. De patiënt heeft de operatie dus een tijd lang overleefd. Geweldig, de oudst bekende hersenoperatie uit de geschiedenis! Verder vijf sarcofagen van gebakken klei en een aantal Dode Zee-rollen. En ook hier weer vriendelijkheid: van de suppoost heb ik een kopje thee gekregen.

Aangezien ik beslist niks wil bezoeken breng ik veel tijd door op een terras bij het amfitheater, met een kopje koffie en de krant. De Jordan Times is een krant van bewonderenswaardige kwaliteit, zeker gezien de moeilijke economische en politieke omstandigheden. Nieuws, achtergronden en commentaren. Onderbouwde kritiek, ook op binnenlandse aangelegenheden. Het is een pluim voor Jordanië, zo’n krant te produceren in de Engelse taal en die ook nog verkrijgbaar is op bijna elke straathoek. Globale nieuwsgaring maar Irak en Israël zorgen voor de koppen op de voorpagina. In Jordanië vallen de klappen vallen van twee kanten: van het gedoe in Israël waardoor het toerisme op zijn gat ligt en van het gedoe met Irak waardoor de handel op zijn gat ligt. Arm land, je zult zulke buren maar hebben. Van het embargo tegen Irak wordt men chagrijnig maar Israël levert de meeste zorgen. Het aantal doden wordt geteld als betrof het de stand in de voetbalcompetitie: hoeveel vandaag, hoeveel in totaal. Jordanië is bang dat Sharon het in zijn hoofd haalt om de Palestijnen de grens over te jagen. Die toestroom zal groter zijn dan het land aankan en zo’n actie zal onmiddellijk tot een regionale oorlog leiden. Dus maar hopen dat Sharon zo gek niet zal zijn.

Ik ben ook in Amman voor de post. Om de hoek van het hotel is het hoofdpostkantoor, een groezelig en uitgeleefd gebouw van bescheiden afmetingen. De afdeling ’poste restante’ is een grote bak in het publieksgedeelte waar je zelf mag zoeken naar je post. Ik vond een formuliertje met mijn naam erop en de mededeling dat er een pakje was. Het was nog een heel gezoek, eerst naar de ambtenaar die er over ging en daarna naar het pakje. Maar het kwam boven water. Het pakje is van mijn schoonzusje en de kinderen voor mijn verjaardag: een verjaardagskaart, twee pakjes shag, twee tekeningen van de kinderen en een kralensnoer. Van mijn neefje Ben (7 jaar) kreeg ik een tekening met dieren erop (kamelen?) en de tekst “ome mart ik vindet jamer dat jij weggaan bent”. Dat is lief. Mijn nichtje Emilie (4 jaar) heeft een abstracte tekening gemaakt met (waarschijnlijk) een zon en een aantal niet nader te duiden objecten maar het geheel in een prachtige paarse kleur. Helaas, de brief die mijn ouders hebben gestuurd is niet boven water gekomen. Het postkantoor is ervoor omgekeerd, want een brief van je ouders is niet niks. Iedereen leefde mee maar zonder resultaat. Ik ben het bos ingestuurd met het advies nog eens terug te komen want, inşhalla, duikt de brief toch nog op.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s