Psychisch dipje

Na Wadi Rum wilde ik wel weer eens een lekker lange motortocht. Petra vond ik te dichtbij, daar kom ik nog wel, en daarom werd Madaba de bestemming. Over King’s Way. Dat is een prachtige route: King’s Way loopt bovenlangs de rand van de Jordaanvallei en de uitzichten zijn spectaculair. Ik passeerde Wadi Mujib, een Grand Canyon-achtige snee in de aardkorst. Maar King’s Way wordt gereconstrueerd; over grote afstanden is het wegdek opgebroken en er zijn veel omleidingen waarop ik de weg vaak ben kwijtgeraakt. Met King’s Way heb ik mijn hand behoorlijk overspeeld: het was meer dan vierhonderd kilometer vanwege de vele omleidingen en ik kwam pas ’s avonds om zeven uur in Madaba aan. Totaal afgepeigerd.

Madaba is een prettige stad. Omdat Madaba tamelijk hoog ligt is het er overdag niet al te warm en ’s avonds koelt het lekker af. Het is een schone stad en er valt veel te zien, vooral mozaïeken, de vaste vloerbedekking van de oudheid. Ik blijf een paar dagen in Madaba. Ik heb wat rust nodig, de energie is er een beetje uit. Reizen is per slot van rekening gewoon werk en de lange rit van Wadi Rum naar Madaba heeft te veel gevraagd. Ik heb een psychisch dipje. Ik merk dat ik kortaf word tegen de mensen, lang mok over kleinigheden en me ook niet zo thuis voel. Ik krijg last van onzekerheid: het idee voortdurend te worden bekeken, het gevoel voortdurend op mijn tellen te moeten passen. Ik word iets te vaak getild en daar reageer ik te weinig op. Dat is niet goed voor het zelfrespect. Kortaf worden en mensen mijden is dan een gezonde reactie om weer wat ruimte voor mezelf te scheppen. Is die ruimte er eenmaal dan kun je je afvragen hoe je verder met de mensen om zult gaan. Ik wil meer met rust gelaten worden. Ik heb een antwoord gevonden op die eeuwige en tot niets leidende vragen als “Waar kom je vandaan?”: “Voor een dinar vertel ik het je”. Zo’n antwoord doorbreekt het stramien, leidt soms tot een ander gesprek en tot een lach.

Behalve zorg om het welzijn heb ik ook zorg om lijf, motor en uitrusting. In Wadi Rum heb ik zweetvoeten opgelopen. Dat heb ik nog nooit gehad. Het stinkt verschrikkelijk; als ik stil sta heb ik het idee dat de stank uit mijn schoenen kruipt en iedereen het ruikt. Veel wassen en insmeren met talkpoeder, het helpt allemaal niet. Ik moet sandalen kopen. In Akaba heb ik na lang zoeken gedemineraliseerd water gevonden en de accu bijgevuld. Dat was hoognodig; in dit hete en droge klimaat verdampt het water waar je bij staat. Mijn horlogebandje is doorgesleten en heb ik gerepareerd met een touwtje. De zool van mijn linkerschoen laat los en dus ben ik op zoek gegaan naar een schoenmaker. Die heeft de zool gelijmd en met spijkertjes vast gezet. De schoenmaker heeft een stom hulpje. Met hem ontdekte ik hoe direct gebarentaal is. Met duim en wijsvinger een draaiende beweging rond de ringvinger: “Ben je getrouwd?” Wijsvinger gebogen omlaag en weer langzaam oprichten: “Hoe kom je aan seks?” Hij wijst op een foto van hemzelf met een kind: hij is wél getrouwd, heeft kinderen en zit qua seks dus goed. Armen gestrekt in een wiegende beweging: “Hoe ben je hier gekomen? Per vliegtuig?” Met de handen een afdekkende beweging over het hoofd en een verbaasde uitdrukking op het gezicht: helm, “met een motor?” De vragen zijn dezelfde als altijd maar het gebruikte medium is weer eens wat anders.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten, Over mij en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s