Wadi Rum

Ik ben gaan duiken bij de koraalriffen van Akaba. Ik maakte een introductieduik met een instructeur, Chamzi. Chamzi is een leuke jongen en dat weet hij en dus heeft hij een bijbehorend ego (”I am world famous”. “Yes, Chamzi, in Akaba and surroundings”). Maar Chamzi is een goede instructeur, PADI-gecertificeerd en dus veilig. De techniek van het duiken valt mee. Je ademt in en uit door een mondstuk en dat ding regelt de luchttoevoer vanzelf. Chamzi zorgt voor de stabilisatie van de diepte. De eerste duik aan de hand van Chamzi – hij klaagde later dat ik zo kneep – en de tweede duik vrij, buiten het rif. We zijn tot 12 meter diepte gedoken en het was fantastisch. Het gevoel van gewichtloosheid, je wentelen om boven het wateroppervlak te zien, langs het rif steil naar beneden, de kleuren van de koralen en de vissen: oranje, blauw, geel, roze. Ik ga een ’open water course’ volgen als ik weer terug ben in Akaba.

Als ik terug ben. Ik ben weggegaan want de woestijn roept. Naar Wadi Rum, ongeveer honderd kilometer van Akaba. Lawrence of Arabia heeft er nog zijn hoofdkwartier gehad en de film over zijn avonturen is er opgenomen. Verder dan Wadi Rum kan ik niet per motor de woestijn in. Bij het resthouse van Rum heb ik geprobeerd mijn motor door het zand naar een beschutte plek te rijden. Niet meer dan vijfentwintig meter, maar de motor groef zichzelf onmiddellijk tot aan de as in het mulle zand in. Niet per motor. Ik heb een woestijntocht gemaakt met Ahmeds four-wheel drive. Ahmed is een snorder, hij gaat buiten de officiële gidsen van het resthouse (staatsonderneming) om. Hij mag geen klanten vangen op het terrein van het resthouse dus hij wacht tot ze het terrein verlaten of tot iemand even niet oplet en dan heeft hij ze. Hij vroeg er vijfendertig dinar voor. De officiële prijs is veertig. Ik onderhandelde samen met een Grieks stel en die wisten nog twee dinar van zijn prijs af te krijgen. Voor ieder dus elf dinar en dat is te doen. En Ahmed heeft er werk van gemaakt. Hij ploegde zijn (zegt hij) 4WD door het zand en maakte zulke scherpe bochten dat ik bang was dat het ding om zou kiepen. Maar het is goed gegaan en Ahmed heeft woord gehouden: alles wat afgesproken is liet hij zien en ook in de afgesproken drie uur. Wat is de woestijn hier mooi! De bergen, kalksteen, staan in het eindeloze zand als taarten op een bedje van basalt. Kleuren: bruinrood, steenrood, geel, bleekoranje, grijsgeel en zwart. In de buurt van Rum zijn Bedoeïenen die een toeristennering drijven (je kunt bij de Bedoeïenen eten en slapen) maar wat verder van Rum is er niemand meer te zien. Niets beweegt, behalve de schaduwen die sluipend terrein veroveren op het licht.

De woestijn in de omgeving van Wadi Rum.

De bergen, kalksteen, staan in het eindeloze zand als taarten op een bedje van basalt.

Ik ben niet bij de Bedoeïenen gaan slapen. Ik ben in het resthouse blijven slapen. Beter gezegd: er op, op het dak. Dat is lekker fris en je kunt de maan zien en de bergen in het maanlicht en de sterren en de Melkweg en een enkele vallende ster als de maan achter de bergen verdwenen is. Je hoort het geblaf van de honden en gesnurk van de kamelen. Het was wel moeizaam, ik ben dat een beetje ontwend. De lakenzak heeft alleen een opening aan de bovenkant, in een slaapzak kun je je kont niet keren en je ligt nooit goed. Om zes uur wordt het alweer licht en om zeven uur komt de zon over de bergkam en brand je je slaapzak uit.

Na de ervaring met Ahmed had ik er zin in; ik wilde de ultieme woestijnervaring, per kameel. Bedoeïenen organiseren kameelsafari’s van Akaba naar Wadi Rum. Daar doen ze een week over en het kost een vermogen dat ver uitgaat boven mijn financiële draagkracht. Ik heb weer een gids gehuurd. Als puntje bij paaltje komt, verschijnt niet de gids maar stuurt hij zijn jongste broertje. Zo gaat dat hier; er is altijd een jonger broertje die het werk kan doen. Ali was een aardig joch. We hadden voor drie uur kameelrijden afgesproken en dat hebben we ook gedaan, zij het dat Ali een uur heeft besteed aan thee zetten. Dat doen Bedoeïenen toch eigenlijk het liefst: een vuurtje stoken en thee drinken in de woestijn. Ali was ook een boefje. Hij vroeg mij welke prijs ik met zijn broer had afgesproken. Ik zeg: “Zestien dinar”. Ali: “Vijftien dinar als je gelijk aan mij betaalt”. En zo belazert de ene broer de andere.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s