Culturele notities

Nergens heb ik een homo-hangout kunnen vinden. Ik heb er Izmir en Ankara voor omgekeerd maar zonder resultaat. In Izmir kwam ik uiteindelijk terecht in een café van dubieus allooi. Dat is eigenlijk dubbelop: een café in Turkije, als je er al een kunt vinden, is altíjd van dubieus allooi. Een morsig duister hol met rode verlichting. Het is een islamitische self fulfilling prophecy: een plek waar je komt om alcohol te drinken móet wel dubieus zijn. Wie op prettige wijze een glaasje wil drinken gaat naar een restaurant; het eten verschaft het noodzakelijke alibi. Turken, mannen, drinken veel bij de maaltijd. Eerst schoven twee dames aan, waarvan ik nog weet dat er een Katja heette, maar die kregen bij mij geen poot aan de trapper. Toen dacht de eigenaar kennelijk “laten we het eens anders proberen” en kreeg ik gezelschap van een aanminnige jongeman. Die sprak helaas geen woord over de grens en mijn Turks is voor deze situatie niet zo gevormd dus dat werd geen echt contact. En ik was ook onzeker. In Ankara moet je voor het herencontact in het Lunapark zijn; in de biertuinen helemaal achterin, verscholen achter wanden van klimop. Maar het is daar zó vergeven van de agenten, dermate intimiderend, dat er geen sprake is van een homo-hangout met het gebruikelijke loeren en flirten. Iedereen kijkt strak naar de televisie. Er ontstaat pas wat opluchting als er even geen agent in de buurt is. ’s Avonds kun je ook in het Lunapark terecht, in de donkere zijlanen. Maar de politie patrouilleert in het park met auto’s en motoren en er is ook politie in burger. Ik kan het weten: ik zat op een bankje en ben aangesproken door zo’n kwast. Zulke omstandigheden zijn niet gunstig voor een verpozing en áls het daarvan al komt dan is de afhandeling zo snel dat het Nederlandse ’vluggertje’ daarbij vergeleken een avondvullende betekenis krijgt. Ze zijn er natuurlijk wel, de boys. In Bodrum ontmoette ik een jongen die zich voorstelde als balletdanser, met een wat oudere man die zich voorstelde als de oom. Dat is in Turkije een gebruikelijke manier om een relatie te camoufleren. Ze vroegen of ik zin had een biertje met ze te drinken, maar ik vermoedde dat de jongste het aas was en de oudste de visser en daar had ik toch geen zin in. En ik vertrouwde het niet. “Schijtnicht”, maar ik draag een jekkie dat zo ongeveer tot de kraag toe beladen is met waardevolle papieren. Dan maar een schijtnicht. In Kayseri kwam ik hem tegen: gouden armbandjes, geruite broek, petje. Onze blikken kruisten elkaar, een brede grijns van herkenning en weg was ‘ie weer in de menigte. Hoe kort ook, het was niettemin een aantal jongens op een bankje opgevallen. En dan krijg je het weer: het gegrijns en de draaiende handjes. En dan heb ik bewondering voor die jongen! Homo zijn in Kayseri vereist moed.

Behalve het Lunapark is er meer cultuur in Ankara: het Museum voor Anatolische Beschavingen (het archeologisch museum) en het Mausoleum van Atatürk. Het Museum is hét visitekaartje van Turkije. Het is overrompelend: van alles niet één topstuk, nee tientallen! In de opstelling is niets nagelaten om indruk te maken. Toch is er geen concessie gedaan aan de archeologie. Alles is keurig gerangschikt per opgraving, goed gedocumenteerd en ook voor de minder tot de verbeelding sprekende objecten, zoals aardewerk, is ruime aandacht. In pakweg zestig vitrines krijg je een overzicht van de ontwikkeling van de beschaving, als in een versneld afgedraaide film. De worsteling van de mens met materialen: vuursteen en obsidiaan, klei, koper, brons, zilver, goud en elektrum, glas. De oermenselijke behoefte aan persoonlijke verzorging: cosmeticapotjes, flesjes, spateltjes, sieraden, spiegels van obsidiaan en van koper. En speelgoed. Dat veroveringsgevecht van de mens op de materie en zichzelf is ontroerend. De centrale hal is gereserveerd voor de Hittieten, alsof het museum wil zeggen: “Kijk, al 5000 jaar is Turkije een georganiseerde staat”. Na de Phrygiërs geeft het museum er een beetje de brui aan; Grieken, Romeinen, Byzantijnen en Selçukken zijn weggestopt in het souterrain en hier laat ook de documentatie een beetje te wensen over. Dat deel van de geschiedenis wordt kennelijk niet belangrijk gevonden. Dat heeft iedereen immers en daarmee kun je je niet onderscheiden.

Wie begrip wil krijgen voor het moderne Turkije moet naast het Museum ook de gedenkplaats van de slag bij Gallipoli en het Mausoleum van Atatürk bezoeken. Bij Gallipoli (Gelibolu in het Turks) aan de Dardanellen hebben de Turken in 1915 de geallieerden verslagen. Er is een museum, ingebed in veel natuursteen en beeldengroepen, waar busladingen Turken naar toe komen. Erevelden zijn talrijk en goed onderhouden. Voor een overwonnen vijand waaraan je je zelfbeeld opkrikt heb je wat over. De aanval van de geallieerden op de Dardanellen was overigens een krankzinnige stompzinnigheid die duizenden jonge mensen het leven heeft gekost. Om niets. Ik heb een foto gemaakt van een grafsteen met het opschrift “My ANZAC hero, mother” (ANZAC: Australian & New Zealand Army Corps). Zou moeder geweten hebben waarvoor haar zoon gesneuveld is?

Gallipoli

Een van de erevelden van de slag bij Gallipoli.

Zou moeder geweten hebben waarvoor haar zoon is gesneuveld?

“Duty bravely done” en “My ANZAC Hero”, om het onzegbare te zeggen.

’Gallipoli’ staat voor het Turkse zelfbewustzijn, het Museum voor de Turkse identiteit en het Mausoleum voor de weg die Turkije heeft gekozen naar de moderniteit. Atatürk is de grondlegger van het moderne Turkije. Hij heeft Turkije ingericht als een seculiere staat op basis van het Zwitserse rechtsstelsel en het Arabische schrift vervangen door het Latijnse en zo het gezicht van Turkije naar het westen gekeerd. Het mausoleum is een tamelijk pompeus bouwwerk waarmee Atatürk een bijna goddelijke status wordt aangewreven (Atatürk hééft in Turkije een bijna goddelijke status. Hij is alomtegenwoordig in afbeeldingen in overheidsgebouwen, winkels, restaurants en huiskamers). Het bij het mausoleum behorende museum is interessant vanwege de persoonlijke spullen van Atatürk. Hij zorgde goed voor zichzelf: mooie kleren en uitgelezen stoffen, een uitgebreide verzameling toiletartikelen en veel sigarettenkokers. Atatürk was een man van de wereld! Zijn bibliotheek: Frans, Duits, Italiaans. Hij had niet alleen veel boeken, hij las ze ook. In de vitrines liggen opengeslagen boeken met zijn kanttekeningen. Aan de boeken kent men de mens. Zijn persoonlijke bibliotheek laat zien dat hij geraakt was door de ’Blut-und-Boden’-gedachte: veel boeken over beschavingen, over de ontwikkeling van het menselijk ras, etc. Er staat ook een wassen beeld van Atatürk. Het blijkt een tamelijk kleine man te zijn geweest. Meestal wordt hij uitgebeeld met een vorsende bijna demonische gelaatsuitdrukking, als een strenge vader, maar hier hangen ook enige portretten waarop hij een zachtaardige, licht ironische uitstraling heeft. Alsof hij wil zeggen: “Tja, ik sta er zelf verbaasd van.” Bizar zijn de foto’s van wolkenformaties en bergschaduwen die toevallig het profiel van Atatürk gelijken. Ik denk dat hij een mausoleum heeft verdiend. Hij was een van de grote leiders van de twintigste eeuw. Zijn opvolgers hebben zijn werk niet afgemaakt: Turkije is gestagneerd. Ik gun de Turken graag nog een leider van Atatürk’s formaat, want ze verdienen het, maar helaas is de Voorzienigheid niet erg scheutig met grote leiders.

Het Mausoleum van Atatürk

Het Mausoleum van Atatürk in Ankara: Turkije’s tabernakel.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s