Welkom in Syrië

Zo bureaucratisch als ik Turkije ben binnen gekomen zo bureaucratisch word ik ook weer uitgeleide gedaan. Ik moet een informatieformulier invullen: waarom ik in Turkije was, waar ik ben geweest, of ik alleen reisde, etc. Alleen de vraag “Türkiye güzel?” (“vind je Turkije mooi?”) ontbrak nog. Daarna mezelf afmelden bij de politie en mijn motortje bij de douane. Dan een handdruk – ja, een handdruk! – en ik mag gaan. Ook de Syrische grensadministratie begint met een informatieformulier: hoe ik heet, hoe mijn vader heet, met welk vervoer ik reis, wat ik kom doen, etc. Het is een Arabisch formulier, maar ik krijg een Engels voorbeeld en ik mag Latijnse tekens gebruiken. Daarna begint het aanmeldingsproces; naar de politie voor de visumcontrole en vervolgens naar de douane. De douaneman licht mij in over het verdere verloop van het proces: ik moet eerst naar de bank om 39 dollar te wisselen, dan naar het kantoor van de verzekeringsmaatschappij en daarna moet ik weer bij hem terugkomen. De bank is een houten keet en de kluis een bureaulade waarin een ongeordende hoop bankbiljetten ligt. Ik krijg een handgeschreven kwitantie die ik bij de douane weer moet inleveren. De verzekeraar maakt voor mij een geheel in het Arabisch gesteld formulier op. Op mijn vraag wat daar eigenlijk staat antwoordt de man vriendelijk: “Your insurance is for thirty days”. Dat is wel een heel korte vertaling van een tekst van een pagina lang waarvan sommige zinnen in alarmerend rood zijn gedrukt. Terug naar de douaneman: douanebelasting incasseren, Carnet de Passage invullen, paspoort stempelen. Hij vraagt “Heb je het verzekeringsbewijs gelezen?” Ik: “Dat kan ik niet lezen, het is in het Arabisch.” Hij lacht: “Dat formulier is een waardeloos vod. Aan die verzekering heb je niks. Als je een ongeval hebt – al overrijd je maar een kip – blijf dan niet wachten maar ga direct naar het dichtstbijzijnde politiebureau.” Hij heeft nog een vraag: “Waar ga je eigenlijk naar toe?” Ik: “Ik ga naar Damascus.” Hij: “Ja, maar daarna?” “Dan ga ik naar Palmyra, naar Deir es Zor, naar Hama.” “Ja ja, maar daarna?” “Dan ga ik naar Jordanië.” “En daarna?” “Naar Egypte.” Er komt een eigenaardige twinkeling in zijn ogen. “En daarna?” O jee, Israël; Israël is verboden; zelfs de naam schijnt in Syrië niet te worden uitgesproken. “Dan neem ik de veerboot terug naar Europa.” De douaneman lacht, hij heeft pret want hij heeft me beet. “Er gaat geen veerboot vanuit Egypte naar Europa. Je gaat naar Israël en neemt de veerboot vanuit Haifa. Dat doen ze allemaal. Mij maakt dat niks uit.” Hij geeft me een klopje op mijn schouder en wenst me goede reis. Oef! Ik mag weg en twee weken in Syrië blijven; dat kan verlengd worden bij de immigratiepolitie. Salaam Alaikum! Welkom in Syrië!

Voorbij de grens een grote teleurstelling: geen mannen in lange jurken met hoofddoeken, geen kamelen, geen zand. In plaats daarvan mannen in spijkerbroeken met hemden, auto’s en bromfietsen, weilanden en bossen. Geen verschil met Turkije. Ook hier is de nationale held alom afgebeeld: standbeelden, billboards, foto’s. Foto’s van de oude Assad (kijkt vriendelijk maar oplettend in de camera), de jonge (kijkt zorgelijk en aarzelend) en zijn broer (in uniform met zonnebril, duidelijk de deugniet van het stel). Na een dagje in Latakya merk ik ook verschillen. De opdringerigheid, die in Turkije – afhankelijk van je humeur – zo irritant kan zijn, is hier vrijwel afwezig. Natuurlijk word ik bekeken, vreemdeling, maar met rust gelaten. Hier geen groepen met “Hello, where are you from? Memleket? What is your name? Are you married?” Eenmaal ben ik aangesproken met “Hello, where are you from?” en mijn antwoord “Hollanda” gaf als reactie “You are welcome”. Ik word welkom geheten! In Turkije wilden ze altijd weten of ik Turkije mooi vond: “Türkiye güzel?”. In restaurants is er geen opdringerige service. Ze komen niet om de haverklap kijken hoever je al bent, halen het bord niet onder je neus vandaan en legen niet elke vijf minuten je asbak. Nee, de ober wacht op een afstandje en komt pas als je een teken geeft. Er is nog een groot en positief verschil met Turkije: er zijn hier vrouwen in het straatbeeld. Niet met sluier, nee, gewoon in jeans of mantelpakjes. Er lopen vrouwen op straat, er zijn vrouwen in restaurants. Nog een prettig verschil: de politie en het leger zijn hier veel minder (zichtbaar) aanwezig. Er is vooral verkeerspolitie, in kaki uniform met witte handschoenen en zo te zien ongewapend. Die vreselijke motorpolitie in Turkije – twee agenten op de motor waarvan de duopassagier voorzien is van een machinegeweer en die zo intimiderend kan zijn (met meerdere motoren door smalle winkelstraten en door parken; net gangsters) – is hier afwezig. Wel zag ik in een achterafstraatje wat jongemannen in burger rondhangen met machinegeweren; de geheime dienst? Ik zag kerken, katholiek en orthodox, en aanplakborden met overlijdensberichten voorzien van kruis en Christusafbeelding. In Turkije, dat een seculiere staat heet te zijn, zoek je vergeefs naar een kerk. Syrië steekt positief af tegen Turkije. Alleen de mannen zijn hier niet zo knap. Die wat oenige blik die ’de jonge’ heeft, komt hier meer voor in het straatbeeld. Die blik wordt veroorzaakt door een geprononceerde neus en dikke wangen waardoor het lijkt of de kin iets terugwijkt. En ik mis het verrukkelijke Turkse brood en de krachtige thee. Het brood is hier net karton. Het is hetzelfde dunne brood als in Turkije maar niet vers.

Syrië is een dictatuur maar op het eerste gezicht valt het mee. Volgens de Lonely Planet zou er geen internet in Syrië zijn vanwege de angst van het regime voor free flow of information. Maar het is er wél: bij de PTT in Latakya is een loket met een bordje ‘internet’. Helaas, de computer is nog niet geïnstalleerd. Ze hebben me naar een ander adres verwezen en dat heb ik gevonden: het enige internetcafé in Latakya volgens de eigenaar. Ik heb er mijn eerste Arabische internetervaring opgedaan. De knoppen van Internet Explorer en van Word zijn van rechts naar links geordend, hebben Arabische titels maar zijn gelukkig wel voorzien van de internationaal gestandaardiseerde iconen. Het is even zoeken. Het typen kan wel van links naar rechts, door de uitlijnoptie aan te passen, en in Latijnse tekens door de Engelse toetsenbordconfiguratie te kiezen. De commando-schermen zijn een valkuil: de volgorde van de knoppen is niet ‘ja’, ‘nee’, ‘annuleren’ en ‘sluiten’ maar ‘sluiten’, ‘annuleren’, ‘nee’ en ‘ja’ en in onleesbaar Arabisch. Tussen ‘ja’ en ‘sluiten’ is een groot verschil en bijna had ik vier pagina’s tekst gewist als de eigenaar van het café niet had ingegrepen. Hij was blijkbaar bekend met de Arabische valkuil voor westerlingen.

Ik heb inmiddels een heel klein beetje Arabisch geleerd. Ik kan cijfers lezen! Dat is niet zo moeilijk omdat getallen van links naar rechts geschreven worden en de cijfers op de onze lijken. Een beetje problematisch is de 3, die lijkt op de 2, en de 5 die weergegeven wordt met een 0. De ‘0’ daarentegen is een punt. Ik oefen op autonummerborden. Ik lees nog niet ’606342’, maar ’6’, ’0’, ’6’, ’3’, ’4’ en ’2’. We mogen de Arabieren wel dankbaar zijn voor de cijfers die wij van ze overgenomen hebben. Ze hebben de nul geïntroduceerd (het woord ’cijfer’ komt van ’sifr’ dat ’0’ betekent) en in tegenstelling tot de Romeinse maakt de Arabische cijfersystematiek ingewikkelde berekeningen mogelijk. Zonder die erfenis hadden wij geen moderne technologische samenleving gehad. Zoiets valt pas op als je weer moet leren lezen en schrijven.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s