Aardige mensen

Kayseri ligt op de Anatolische hoogvlakte, precies in het centrum van Turkije, heeft een geschiedenis die ertoe doet en bouwwerken die daaraan herinneren. Ik bezocht de Ulu Cami (Oude Moskee), de Hunat Hatun Cami, de bazaar en de kervansaray. Niet alleen. De eerste die me aansprak was een Duits sprekende tapijthandelaar. Met hem heb ik een praatje gemaakt, gezegd geen tapijtje, zelfs geen kleintje, te zullen kopen en vervolgens is ieder zijns weegs gegaan. Even later kwam ik de zelfde man weer tegen, nu in het gezelschap van een Nederlands sprekende Turk, meneer Birol, die zich voorstelde als biotechnicus bij het plaatselijke ziekenhuis. Meneer Birol heeft in Enschede op school gezeten, vandaar zijn kennis van onze taal. Hij heeft me meegenomen door de overwelfde bazaar, via de oude kervansaray (nu in gebruik als tapijtcentrum) naar de Ulu Cami. Zonder meneer Birol had ik die niet zo gauw gevonden! De Ulu Cami is een prachtig bouwwerk van grijze steen; sober van binnen met een houten dak en twee grote koepels. Hij ligt een beetje verdiept zodat er in de moskee riante trappen naar beneden gaan. Meneer Birol bleef tijdens mijn bezoek geduldig buiten wachten. Hij wilde niet mee naar binnen want als moslim moet hij dan zijn voeten, handen en gezicht wassen en daar had hij geen zin in. Na mijn bezoek zijn we samen verder gelopen en, oh verrassing, we passeerden bij toeval de tapijtwinkel van zijn broer (of neef, daar wil ik van af zijn). Of ik wellicht belangstelling had? Ik vind kelims heel interessant, de soorten, de dessins en de techniek, maar was niet van plan er een te kopen. Dat was geen bezwaar en dus naar binnen. De broer/neef heeft mij prachtige kelims (weefwerk), sumaks (weef- en knoopwerk) en cicims (een kelim die samengesteld is uit smalle banen) laten zien. Ik zag een prachtige sumak van wol en zijde. Ondanks aandringen – “Waarom niet?” “Je kunt het niet vervoeren? Wij faxen het voor je! Grapje; Wij zenden het thuis!” “Je huis is er niet geschikt voor? Koop een groter huis!” – heb ik de verleiding weten te weerstaan. Meneer Birol was een beetje teleurgesteld, had misschien belangrijker zaken te doen en nam afscheid. Geheel op eigen kracht heb ik de Hunat Hatun Cami gevonden en bezocht. Op weg naar de citadel ben ik opnieuw aangesproken. Of ik de oude hamam (badhuis) al had gezien. Nee? Dat kan niet; alle toeristen bezoeken dit gedenkwaardige bouwwerk! Hij zou me er wel naar toe brengen. De hamam is best interessant en net als de kervansaray in gebruik als tapijtcentrum. Verrassend was dat deze meneer daar een broer of neef bleek te hebben met een tapijtwinkel. Of ik wellicht een kopje thee wilde drinken? Daar heb ik geen ’nee’ tegen gezegd, want ik was inmiddels wel een beetje uitgedroogd. Ik heb mijn sympathieke gids wel duidelijk gemaakt dat ik niet van plan was de voorraad te verminderen. Ik ben aan de broer of neef overgedaan. Die heeft mij van thee voorzien en enige kelims uit zijn grote collectie getoond. Ook hier heb ik, ondanks aandringen (waarom niet? … etc.), de verleiding weten te weerstaan. De broer of neef was wat teleurgesteld. Opnieuw naar de citadel en wéér aangesproken. Of ik belangstelling had voor een tapijt en er misschien een, desnoods een hele kleine, wilde kopen? Al die aardige mensen zijn erg vermoeiend.

De afgelopen dagen stond er een stevige stofstorm. De hemel is dan bruingrijs en het stof prikt in je ogen en hoest je op als dik bruinig slijm. Het plakt in je haar en dringt door je kleren tot op je huid. Maar toen ik vanuit Kayseri naar Malatya vertrok was de lucht weer blauw. Het waaide alleen wat. Buiten de stad trok de wind behoorlijk aan; een stad biedt blijkbaar toch veel beschutting. Het werd weer een echte storm en de weg naar het oosten voert over een open gebied. Ik kon de motor nauwelijks onder controle houden. Dertig tot veertig kilometer per uur, in de eerste of tweede versnelling. Ik ben tot twee maal toe de weg over geblazen en kwam op de tegenoverliggende rijbaan uit. Gelukkig was er nauwelijks verkeer. Ik werd pas bang toen ik langs een omgeslagen minibusje kwam. De bestuurder mankeerde gelukkig niks. Na ongeveer twintig kilometer kwam ik bij een tankstation. Daar ben ik gestopt en hartelijk ontvangen door het personeel dat verder toch niet veel om handen had. Ik kon binnen zitten, kreeg thee en heb ’s middags meegegeten met de heren. Een ’vorkje meeprikken’, maar volgens mij werden alleen vanwege de gast vorken uitgereikt. Niemand gebruikte ze, ieder doopte zijn brood in de gezamenlijke pan. Wel gezellig hoor! Ze stelden de gebruikelijke vragen – Uit welk land kom je? Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? Ben je getrouwd? Ben je christen? – en zo heb je een praatje. Op een gegeven moment klonk buiten een enorm kabaal: het dak van de loods met oude banden was weggeblazen en de banden rolden over de weg. Iedereen bleef er laconiek onder. De eigenaar van de banden werd gebeld met de mededeling dat zijn handeltje op de vlucht was gegaan. Even later klonk een harde knal: een vrachtwagen waarvan de dekzeilen open scheurden. Daaronder bleek een hele groep vrouwen te zitten. Na een tijdje weer een enorme klap. Wij naar buiten en ik zag de muur van het tankstation heen en weer schudden. Ik wist niet hoe snel ik mijn motor buiten het onmiddellijke gevaar moest brengen (ik heb daarbij nog op de hond getrapt die beschutting achter de motor had gezocht). De chef van het tankstation liep onderwijl eens rond zijn gebouw en kwam lachend vertellen dat de klap kwam van de watertank en de zonnepanelen die zojuist omgeblazen waren. Niemand raakte in paniek maar ik werd er toch niet geruster van. De storm hield niet op en na vier uur bivakkeren heb ik de weg terug naar Kayseri genomen. Dat ging wat makkelijker omdat ik de wind schuin in de rug had, maar het was toch nog spannend omdat ik nu niet óver maar ván de weg geblazen kon worden. Na vijf uur en vijftig kilometer onderweg te zijn geweest was ik terug bij Hotel Konfor en daar weer liefdevol ontvangen. Ik hoop zo’n storm niet nog eens mee te maken.

Ik heb de dag hier verder goed doorgebracht. Ik ben naar de kuafor (kapper) geweest en nog eens naar de tapijthandelaar met de sumak. De tapijthandelaar was blij mij weer terug te zien. Hij heeft mij heel wat sumaks getoond: met Selçuk-dessin, met Hittiet-dessin en met Ottomaans dessin. Ik vond de sumak die ik het eerst gezien had, Selçuk, toch de mooiste: wol en zijde, dicht geweven, heldere kleuren en sprekende motieven. Op mijn vraag wat zoveel moois moest kosten zei de handelaar “vijftienhonderd gulden”. Ik heb hem onder de neus gewreven dat hij mij eerder dezelfde sumak aanbood voor duizend gulden. Daarop werd de prijs onmiddellijk verlaagd naar dat bedrag. Daar wilde ik nog eens een nachtje over slapen en dat vond hij jammer. Hij bood me opnieuw de sumak aan voor negenhonderd gulden als ik nu zou beslissen. Dat doe ik niet. Een litanie over economische crisis en dat hij moet leven.

Vanmorgen ben ik opnieuw naar de tapijthandelaar gegaan. Ik heb hem gevraagd of hij de sumak voor negenhonderd gulden wilde verkopen maar hij zei dat dat de prijs was als ik gisteravond beslist had. We hebben onderhandeld en zijn in het midden uitgekomen: negenhonderdvijftig gulden. Vervolgens moet dat bedrag omgezet worden in lira’s en daarop was ik voorbereid. Bij het hotel had ik geïnformeerd naar de koers: 425.500 lira voor een gulden. “Nee”, zei de tapijthandelaar, “een gulden voor 500.000 lira, dat is de juiste koers”. Zo hadden we een welles-nietes discussie. Hij nam me mee naar een wisselkantoor. En inderdaad, daar stond: 501.000 lira. Maar zo gemakkelijk geef ik me toch niet gewonnen; zo’n wisselkantoor geeft te weinig en vraagt te veel. Ik stelde voor een second opinion te vragen bij de bank. Bij de bank werd een papier uitgedraaid en daaruit bleek de officiële koers: een gulden voor 449.500 lira. Dat was mopperen, “Dat scheelt me tien procent!”, maar hij heeft zijn verlies genomen. Daarna hebben we nog een discussie gevoerd over de transactiekosten bij betaling per creditkaart en die heb ik verloren. Toen hadden we een deal en we zijn samen naar het postkantoor gegaan om het pakje weg te brengen. Een paar miljoen verzendkosten en een paar miljoen ’servicekosten’. Het laatste bedrag onderhands. Dat zou de afhandeling bespoedigen, volgens de tapijthandelaar. We hebben afscheid genomen met een stevige handdruk. Hij heeft mij goede reis gewenst en ik hem goede zaken.

Nu heb ik wel een spookgedachte. Die handelaar zou wraak kunnen nemen voor zijn koersverlies en teruggaan naar het postkantoor, het pakje ophalen, de sumak verwisselen voor een vod en het weer vrolijk bij de post inleveren. Op het pak (een katoenen zak) heeft de postbeambte namelijk geschreven ’kelim’ in plaats van ’sumak’. Dat was beter, volgens de handelaar. Misschien ben ik te achterdochtig maar je weet nooit. Gesteld dat hij wraak heeft genomen, dan kan ik daar weinig tegen doen.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten, Turkije en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s