West-Turkije

Het eerste dat in Turkije opvalt: het leger is nadrukkelijk aanwezig. Er zijn talloze roadblocks met soldaten en een bordje ‘dur’ (halt). Het is geen probleem: ik groet vriendelijk en zij groeten vriendelijk terug. Ik ben ergens dwars door een legeroefening gereden. De weg was afgezet, maar ik wist niet hoe anders te rijden. Toen ik over een heuveltop kwam zag ik een heel veld vol tanks en afweergeschut en een enorme massa soldaten die de weg overstaken in de aanval op de denkbeeldige vijand. Geen punt: de aanval kan wel even worden opgeschort totdat ik voorbij ben. De soldaten lachen en zwaaien vriendelijk en storten zich dan weer enthousiast in de strijd. Oorlog, althans het oefenen ervan, is een spel. In elk dorp van een beetje omvang is wel een kazerne met tot de tanden gewapende wachtposten. Aan de afrastering hangen ronde rode bordjes met een gestileerde soldaat, waarschuwingsbordjes zoals bij ons “pas op voor de hond”. Bij Izmir kwam ik langs zo’n kazerne. Het was daar een drukte van belang. Nieuwe rekruten werden ingezworen en ouders, broers, zussen, iedereen was van de partij om dat gebeuren mee te maken. In Turkije is het leger een statusinstituut. Zoals het leger nadrukkelijk aanwezig is op het platteland zo is de politie dat in de stad. In Izmir: lopend, in busjes, in personenauto’s met luidsprekers waardoor voortdurend aanwijzingen worden geroepen en op motoren. De politie zegt de democratie te ondersteunen. Dat melden ze althans op grote spandoeken. Wel nemen ze nog cadeaus aan in de vorm van grote bloemstukken, met duidelijke vermelding van de goede gever. Die bloemstukken worden overigens aangeboden ter gelegenheid van de Dag van de Politie.

De Turkse westkust is een toeristenkust en Kuşadası is daarvan het epicentrum. Het is als Torremolinos en Zandvoort. Je kunt er Bratwurst krijgen en patat met mayonaise. Veel toeristen zijn er niet, nog niet. Het is bidden dat ze komen want de inkomsten zijn broodnodig. Veel interessanter dan de toeristenplaatsen zijn de antieke ruïnesteden. West-Turkije is er mee bezaaid; er is meer Griekse oudheid in Turkije dan in Griekenland en ook beter bewaard. De bekendste, Efese, heb ik links laten liggen. Ik bezocht Priene en Aphrodisias. Priene: een hoofdstraat met een goot in het midden, een oost- en westpoort, straten met grondresten van huizen erlangs, een amfitheater, een Athenetempel en er naast de ruïnes van een Byzantijnse kerk, een raadsgebouw, een agora; een complete stad. Er waren nauwelijks bezoekers, dus doodstil. Ik vind dat beklemmend. Ik loop over straten waar het tweeduizend of misschien wel drieduizend jaar geleden vol met mensen moet zijn geweest. Als ik kijk naar de grondresten van de huizen, dan stel ik me voor dat daar ooit mensen hebben handel gedreven, ruzie gemaakt, elkaar hebben lief gehad. Het is doodstil en daardoor is de echo van duizend stemmen uit het verleden zo luid. Ik zou graag willen dat een van die mensen terug zou kunnen komen om mij te vertellen waar hij gewoond heeft en hoe hij geleefd heeft en wat hij vindt van de verwoesting die er nu is. Aphrodisias staat op mijn kaart aangeprezen met twee sterretjes: een omweg waard. Het is als Priene: een ruïnestad. Een tempel gewijd aan Aphrodisia (in de Byzantijnse tijd verbouwd tot basiliek), een agora, een amfitheater, baden – de baden van Hadrianus – en het grootste stadion uit de klassieke oudheid met dertigduizend zitplaatsen. Het moet een tamelijk grote stad geweest zijn maar de echo van de geschiedenis, die zo merkbaar is in Priene, hoor ik niet. Dat heeft vooral te maken met de afwezigheid van een stratenpatroon en van huisresten. In Priene kun je over het oorspronkelijke plaveisel van de hoofdstraat lopen. In Aphrodisias zijn de ruïnes afzonderlijke objecten zonder stadsverband.

De oude hoofdstraat van Priene, met een middengoot.

De oude hoofdstraat van Priene. Over dit plaveisel hebben duizenden jaren geleden mensen gelopen!

Aphrodisias ligt ver landinwaarts en ik ben er gekomen, vanuit Bodrum, via het dal van de Büyük Menderes. Dat is het vette Turkse land: graanvelden, weilanden met koeien, olijfgaarden, fruitboomgaarden. Langs en door kleine dorpjes. De welvaart is af te lezen aan de moskeeën. Elk dorpje of gehucht heeft er tenminste één en allemaal piekfijn in orde, met een blinkende zinken koepel. Veel motorrijders komen hier blijkbaar niet: ik word nagestaard (door de mannen) of juist genegeerd (door de vrouwen). Daarmee deed ik nog een hallucinerende ervaring op. Ik pauzeerde langs de kant van de weg en zag vanuit de verte een vrouw naderen, in het zwart gekleed en met een ezel. Toen ze me passeerde negeerde ze me volledig. Negeren? Bij negeren merk je “Ik doe alsof ik je niet zie”. Dit was méér; ze zág me niet, alsof ik lucht was, ik was er gewoon niet. Ik had behoefte om in mijn arm te knijpen om er zeker van te zijn dat ik wel bestond. Ik ben er nog lang beduusd van geweest. Het kan gelukkig ook anders. In Aphrodisias logeer ik in pansyon Metsan en dat wordt gerund door een vrouw. Mevrouw Metsan (Ze is niet de vrouw van de eigenaar. Ik weet niet hoe ze heet) praat en het initiatief gaat van haar uit. Ze vindt mijn motor prachtig maar erop rijden is niks voor haar; toen ik voorstelde samen een ritje te maken moest ze vreselijk lachen. Ze wil weten wat ik doe, waar ik vandaan kom, waar ik naar toe ga, wat ik vind van Turkije, waar ik Turks geleerd heb. Alle vragen in het Turks want ze spreekt geen woord over de grens. Ze herhaalt geduldig net zo lang totdat ik haar begrepen heb. Een lief mens.

Toen ik uit Aphrodisias vertrok was de lucht grijs en het land gedompeld in een melkachtig waas. Smog? Mist? Regen? Nee, stof! In de loop van de dag kwamen er grote donkerbruingrijze wolken overdrijven. Mijn eerste stofstorm en nogal verontrustend om te zien. Na honderdvijftig kilometer ontdekte ik dat de klep van de topkoffer open stond. Gelukkig zat alles er nog in, behalve de sloten van de motor. Ik moest ze verloren hebben of vergeten in pansyon Metsan. Dus weer honderdvijftig kilometer terug naar Aphrodisias met een harde wind en onder een dreigende lucht. Ik had ze inderdaad vergeten. Een hele dag voor niks gereden. Mevrouw Metsan heeft me getroost met brood gevuld met pittige groente, vers gebakken in de houtoven. Beetje scherp, beetje vet, maar wel lekker!

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Midden Oosten, Turkije en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s