Sores

Dwars door Frankrijk en langs de kust van Italië, over de punt van de laars, naar Brindisi. Daar nam ik de veerboot naar Griekenland, naar Igoumenitsa en vandaar reed ik via Ioaninna en Karpenissi naar Delfi. Ik ben nu bijna drie weken op pad en het gaat minder snel dan ik me had voorgenomen. Ik doe wel iedere dag zo’n driehonderd kilometer maar vooral over binnenwegen. Ook het weer helpt niet mee. In Noord-Italië had ik veel regen en mist. Tussen Karpenissi en Delfi lag een dik pak sneeuw en het mistte. De weg was spekglad en zat vol kuilen en haarspeldbochten. Ik heb vijfentwintig kilometer in de eerste versnelling gereden; bijna twee uur. Sneeuw en mist is heel erg, als je motor rijdt. Ik klaag niet; het hoort er bij. Nu is het zonnig; ik heb de winteruitrusting uit maar koud blijft het nog steeds.

Apollo tempel, Delfi

De ruïne van de Apollo tempel, Delfi.

Ik bleef een paar dagen in Ioaninna. Min of meer noodgedwongen want ik kampte met een akelige kaakontsteking. Voor vertrek ben ik nog naar de tandarts geweest maar zoiets is blijkbaar niet te voorzien. Het begon met een zeurende druk. Daarna is het pijn gaan doen en dan ongevoelig geworden. Ik kreeg een flinke bal op mijn kaak. Zo’n ontsteking is nogal vermoeiend en het motorrijden wordt er niet gemakkelijker op. Als ik moe ben beweeg ik minder soepel en krijg ik last van slijm in mijn ogen. Ik heb eerst de ontsteking laten betijen, voor kennisgeving aangenomen, in de hoop dat wat vanzelf gekomen is ook vanzelf zal verdwijnen. Dat pakte anders uit. De eerste nacht in Ioaninna werden mijn lippen dik en kreeg ik mijn kaken niet meer op elkaar zonder op mijn wangvlees te bijten. Ik begreep wel dat een tandarts nu ook niets meer zou kunnen uitrichten. Na lang aarzelen heb ik Cyprofloxacine genomen, een breedband antibioticum dat ik eigenlijk voor de wildere landen had bestemd. Het heeft geholpen en hoe! Na ’n uur merkte ik dat het kloppen van de ontsteking ophield. Ik voelde me plotseling ook energiek; een ontsteking trekt alle energie naar zich toe en de niet-vitale organen (spijsvertering, geslacht) komen in de ruststand. De pijn van de ontsteking werd vervangen door de pijn van een beurse kaak en dat is gemakkelijker te verdragen. Nog steeds is er een flinke bobbel op mijn kaak maar hij wordt kleiner. Ik slik netjes het antibioticum want op de verpakking staat “kuur afmaken”. Ik weet niet precies wat daarmee bedoeld wordt maar ik veronderstel dat ik alle pillen moet opeten. Dat zijn er vierentwintig in getal en twee per dag. Dus ik ben nog wel even bezig.

Ik heb zorgen om de motor. Mijn grootste zorg is de versnellingsbak. Van de eerste naar de tweede versnelling gaat vaak fout. In plaats van een mooie klap hoor ik de tandwielen tegen elkaar ratelen. Het maakt me behoorlijk ongerust. Is er iets met de versnellingsbak? Uit onzekerheid ga ik voorzichtiger schakelen maar dat heeft een averechts effect: het gaat nog vaker fout. Ik heb nu geleerd: een flinke tik werkt het best. Overigens gaat het schakelen slechter als ik moe ben. Een motor is net een hond: als de baas moe is wordt het beestje dwars. Het gedrag van de motor is ook afhankelijk van het weer. Bij nat en koud weer is hij nukkig en grommig; bij mooi weer soepel en zacht. De bandenspanning is een andere bron van zorg en ergernis. Ik heb een ingenieuze digitale bandenspanningsmeter aangeschaft. Hij geeft een piepje als hij klaar is met kalibreren en een piepje als hij klaar is met meten. En dat alles ‘made in China’. In Zuid-Frankrijk wilde ik het ding eens uitproberen. Ik zet hem aan maar krijg geen antwoordpiepje “ik ben gekalibreerd” en in plaats daarvan hoor ik een verdacht rammeltje in het ding. Ik heb toch maar gemeten. Voorband: 1,9 bar (zonder piepje “ik ben klaar”), dat kan kloppen. Achterband: 1,95 bar (zonder piepje) en dat kan niet kloppen. Dat moet ongeveer 2,4 bar zijn. Ik heb onderweg een nieuwe bandenspanningsmeter gekocht, eenvoudig zonder digitaal gedoe. Ook deze meter geeft achter 1,9 bar aan. Het digitale metertje deed het dus toch, zij het zonder piepje, en ik ben onderweg twintig procent druk verloren! Dat verschijnsel heeft zich herhaald maar nu blijft de band toch redelijk op spanning. Nog een ergernis: ik heb een benzinefilter laten plaatsen en in dat filter ontstaat af en toe een dampbel die de doorstroming van de benzine verhindert. Dan sta je stil en moet je wachten tot de dampbel verdwijnt. Dat kan soms wel een paar minuten duren. Ik begrijp niet goed wat die dampbel veroorzaakt, waarom het probleem zich de ene dag meermalen voordoet en de andere dag helemaal niet. Ik heb er nu al twee dagen geen last meer van gehad. Misschien heeft het probleem zichzelf opgelost.

Genoeg over sores! Griekenland is een adembenemend land. Adembenemend zijn de bergen met sneeuw op de toppen. Adembenemend is de blauwe zee in de diepte en adembenemend zijn de dalen met grijsgroene olijfgaarden en daartussen donkergroene cipressen die als penseeltjes boven de olijfbomen uitsteken. De bergweiden zijn alpengroen en het geheel is gestoffeerd met echte herders met schaapskudden. Mooier kan niet! Motorrijden is fantastisch; ik geniet van elke rit, of het nu over hoofdwegen is of over smalle binnenwegen. Het motorrijden in Griekenland gaat me goed af. Het verkeersgedrag van de Grieken wijkt niet echt af van dat van de Italianen. Ook hier haalt men in op tweebaanswegen met een doorgetrokken streep, wordt plotseling gestopt voor blijkbaar urgente zaken en slaat men af zonder richting aan te geven. Natuurlijk wordt hier, net als in Italië, hevig gebeld in de auto. Verder moet ik, ook op hoofd- en snelwegen, rekening houden met geparkeerde voertuigen. Het verkeer plooit zich er gewoon omheen. En dan zijn er nog de kleine vrachtautootjes, overbeladen met tuinmeubelen, langzaam rijdend om niets te verliezen maar waarschijnlijk ook omdat ze niet sneller kunnen. De wegen zijn redelijk tot goed. Niettemin moet ik wel opletten voor oneffenheden, rafelingen en kuilen in het asfalt, ook op de snelwegen. Schokkend is de deerniswekkende toestand van parkeerplaatsen en uitzichtpunten. Wat een afgrijselijke troep maken de Grieken van hun land!

Met de troep als minpunt is Griekenland me goed bevallen. Vóór ik hier kwam had ik iets tegen Griekenland omdat Griekenland iets tegen Turkije heeft en ik op de hand van de Turken ben. Ik ben milder geworden. Griekenland is verrukkelijk! De winkeltjes die, volgepropt, alle schappenkennis negeren en winkel en magazijn inéén zijn. De winkeltjes die overlopen in werkplaatsen: koper- en blikslagers, vleeshouwers (geen slagers!). De winkeltjes die tegelijkertijd onderhandelingsruimte zijn, herkenbaar aan het grote bureau achterin. De stoffenzaken met veel tl-licht. De juweliers met Byzantijnse snuisterijen: veel sier, veel kleurige halfedelstenen. De volgeladen antiekwinkeltjes. Griekse koffie (eigenlijk Turkse maar dat moet je hier niet zeggen) en baklava in alle soorten (gewoon met honing, met amandelen, met pistachenoten). Turkije komt er aan! Ik kom weer thuis; ik voel me weer thuis. In Nederland hoor ik natuurlijk thuis, hier niet. Ik spreek de taal niet en ik ben een buitenstaander. Maar ik voel me hier thuis.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Over mij, Vertrekken en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s