Inpakken en wegwezen…

Inpakken en wegwezen? Zo gaat dat niet. De motorreis die ik in mijn hoofd heb is geen rondje IJsselmeer. De reis gaat naar Turkije, Syrië, Jordanië, Egypte en dan naar… ja, wie zal het zeggen; misschien naar Sudan of Libië of naar Israël? Het wordt in ieder geval een onderneming die degelijke voorbereiding vraagt. Vier maanden lang ben ik er bijna dagelijks mee bezig geweest. Ik heb een foto van een woestijn, geknipt uit een tijdschrift, op mijn bureau gelegd. Zo ziet de wereld er uit waar ik naar toe ga: geen geruststellend lachende Arabieren met kamelen maar een brokkelige weg over een lege vlakte. Dat is de wereld waarop ik me moet voorbereiden: geen haastig toesnellende hulp, geen telefoontje naar de wegenwacht of de plaatselijke motordealer: “Ik heb een beetje pech, kom me even ophalen”. Met welke motor ga ik die reis maken? Ik ben de trotse bezitter van een Triumph Tiger: een beest met een topsnelheid van tweehonderdtien kilometer per uur maar óók een complexe driecilinder en loodzwaar. Als ik val zet ik in mijn eentje tweehonderdvijftig kilo, schoon aan de haak, niet weer op zijn bandjes. Ik heb die ervaring opgedaan. In Europa is dat geen bezwaar, er is altijd wel een behulpzame passant, maar daar kan ik in de woestijn niet op rekenen. Ik zal het alleen moeten kunnen. Het is uiteindelijk een BMW F650 geworden, een all road motor van honderdvijfennegentig kilo. Die kan ik overeind zetten; ik heb het stiekem geprobeerd tijdens de proefrit. Het is een eenvoudige motor zonder sensoren en andere digitale snufjes, met ouderwetse carburateurs in plaats van het moderne computergestuurde injectiesysteem. Zoveel mogelijk het soort techniek waarvan ik verwacht dat ze er verstand van hebben in een werkplaats in de binnenlanden van Syrië.

Woestijnlandschap, tussen Farafra en Dakhla, Egypte.

Zo ziet de wereld er uit waar ik naar toe ga.

Ik heb veel vragen over het Midden-Oosten en de praktijk van het motorreizen. De Lonely Planet reisgids en het internet zijn waardevolle informatiebronnen. Waardevol en ook ontmoedigend. De Lonely Planet: “The one overwhelming obstacle that puts all other difficulties into the shade is simply establishing a feasable route through the Middle East.” en “Even if you do work out a feasable route that justifies taking your own vehicle, you’ll face mountains of paperwork and red tape before you leave home. The documents usually take a month or more to obtain and just finding out the current regulations can be difficult.” Waar begin ik aan? Van de website van ons Ministerie van Buitenlandse Zaken verzamel ik adressen en openingstijden van diplomatieke posten, reiswaarschuwingen en sombere brochures (“Opgenomen in een ziekenhuis in het buitenland”, “Gearresteerd in het buitenland”). Nog meer verontrustende informatie verschaft de website van het Amerikaanse State Department: bijna alles is “poor” (de wegen, de gezondheidszorg) en “dangerous” (het rijgedrag, de steden). Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ene Adriaan van Nijendaal blijkt mij te zijn voorgegaan. Het passeren van een grens buiten Europa zou een gekmakend proces zijn waar je alleen met uiterste vastberadenheid doorheen komt. Luie en brutale Egyptische douanebeambten schijnen elke cent uit je te willen persen. Adriaan van Nijendaal’s reisverhalen brengen me ook op het spoor van het Carnet de Passage. Dat blijkt een belangrijk document te zijn om een motorvoertuig een land in of uit te brengen. Ik had er nog nooit van gehoord. Andere informatie verzamel ik door instanties af te lopen: ambassades, mijn Koninklijke Motorclub (de KNMV), het Visumburo, de ANWB, de GG&GD. De Egyptische ambassade: “You are welcome. Egypt is very safe.” Mijn Koninklijke Motorclub: “Nee, over motorrijden in het Midden-Oosten weten we niks. Succes hoor!” Meer steun heb ik gevonden bij de afdeling Grensdocumenten van de ANWB. Ze verschaffen het internationale rijbewijs, het motorvoertuigencertificaat en het Carnet de Passage. En ze waarschuwen: “Uw groene kaart is niet geldig voor Syrië. U moet een verzekering aan de grens kopen. Veel zult u er overigens niet aan hebben. Ik raad u aan voorzichtig te rijden.” Wat deprimerend allemaal! Reizen door het Midden Oosten, in ieder geval per motor, lijkt vrijwel ondoenlijk.

Ik heb doorgezet; de papierwinkel blijkt te doen en na vier maanden van voorbereiding beschik ik over een stevige ordner met informatie, een imposante set Officiële Documenten, inclusief een Syrisch visum (alle andere visa zijn onderweg te verkrijgen), en vooral een grote berg spullen. Alles wat mee moet heb ik uitgestald op de tafel, op stoelen, op de bank, op de vloer. Het is een enorme bijna moedeloos makende hoeveelheid. Moet dat écht allemaal mee? Ik neem nog eens de stuklijsten door. Als symbolisch gebaar haal ik het bestek, de kurkentrekker en de beker weg. De hele berg spullen moet in twee zijkoffers, een topkoffer, twee roltassen en een rugzakje. Er zijn regels voor het inpakken. De belangrijkste regels zijn dat de zijkoffers even zwaar beladen moeten worden, met het oog op de stabiliteit van de motor, en de topkoffer zo licht mogelijk beladen (niet meer dan vijf kilo volgens het veiligheidsvoorschrift). Verder is het zaak zoveel mogelijk per categorie in te pakken, in verband met het terug vinden. Flessen met olie en water moeten rechtop staan en niets mag rammelen of trillen. Tenslotte moeten de dagelijks te gebruiken spullen (kettingspray, motorsloten, kaarten, camera, etc.) gemakkelijk te bereiken zijn. Na twee dagen in- en uitpakken is het resultaat bevredigend. De zijkoffers zijn min of meer even zwaar. De topkoffer is met acht kilo een beetje overbelast. Ik ga er van uit dat de fabrikant in het veiligheidsvoorschrift een ruime marge heeft aangehouden. De rugzak is te zwaar maar ik hoop dat die ergens op kan steunen zodat ik het gewicht niet draag. Eenzaam blijft de trechter staan. Die kan niet mee; ik kan er geen plaats voor vinden.

De motor met de bagage.

De motor met de bagage.

Tot de voorbereiding hoort ook het afscheid nemen. Dat is een serieuze zaak: ik weet niet of ik terug kom. Ik kan ’gewoon’ dood gaan, verongelukken, doodgeschoten worden of verdwijnen. Ik heb mijn testament gemaakt en afscheidsbrieven geschreven. Verbroken contacten niet hersteld maar wel uitgepraat. Waar ik jarenlang mee heb getobd blijkt de ander nauwelijks te hebben geraakt. Oké, het is goed zo. Met God heb ik opnieuw contact gelegd. Voor het eerst sinds jaren heb ik Hem opgezocht op een gewone zondag. Hij reist met mij mee. Ik heb een vrolijke vertrekborrel gegeven. Een vertrekborrel, geen afscheidsborrel want je moet het lot niet tarten. Veel handen schudden, bedanken voor een leuk boek en een mooi mes. Ik hoor ook dat er weddenschappen zijn afgesloten. Volgens sommigen ben ik binnen twee weken terug. Poehhh…

De dag van vertrek en er moet nog een hoop worden gedaan. De laatste spullen inpakken en de motor beladen. Zijkoffers en topkoffer kunnen worden vastgeklikt en de beide roltassen komen bovenop elkaar op de buddyseat, vastgesjord met banden. Hoewel ik het vastsjorren van tevoren overdacht heb, kost het beladen toch veel tijd. Dan moeten nog huishoudelijke karweitjes gedaan worden: de vaat, de koelkast leegruimen en water, gas en elektriciteit afsluiten. Daarna kan ik voor mezelf zorgen. De winteruitrusting aan: een legging (met zo’n ding aan moet je niet voor de spiegel gaan staan), daarover een joggingbroek en mijn leren motorbroek. Een T-shirt, een hemd, een sweater, een spijkerjasje en daarover de motorjas. Twee paar wollen sokken in motorschoenen. Een dikke sjaal. Ik zie er uit als een Michelin-mannetje. Ik loop alles nog eens na – niks vergeten en alles verzorgd? – en dan is het tijd om te gaan.

Om drie uur stap ik op de motor en merk onmiddellijk dat de belading niet zo handig is. De stapel roltassen is te hoog om de rugzak er op te kunnen steunen. De rugzak zit klem tussen de tassen en mijzelf en ik zit ongemakkelijk ver naar voren. Ik ben zo toch maar vertrokken, we zien wel. De eerste bochten neem ik heel voorzichtig maar de motor blijkt stabiel en is probleemloos te sturen. Dag Utrecht, dag brug bij Vianen, dag weilanden! Veel woon-werkverkeer. Ik niet, ik ben anders, ik ben begonnen aan de Grote Reis. Een uitgelaten gevoel. De motor zingt en ik zing mee. Om kwart voor zes ben ik in Maastricht. De eerste etappe is goed gegaan, ondanks de ongemakkelijke zit.

De laatste avond met mijn ouders. De laatste Hollandse maaltijd, voorlopig. Mijn vader verbergt zijn zorgen achter adviezen over de route door Frankrijk. Wéér de kathedraal van Metz en “wees voorzichtig op de autoroute”. Ik luister niet echt. Ik pieker over de belading van de motor. Ik besluit het slaapmatje achter te laten. De slaapzak kan nog in de ene roltas en dan hoef ik de andere niet mee te nemen. Nu kan het rugzakje op de overgebleven tas steunen en zit ik wat comfortabeler. Om half elf de volgende ochtend vertrek ik. Weer afscheid nemen. Ma en ik hebben tranen in de ogen, pa houdt zich als een echte man een beetje afzijdig. Ik weet niet of ik ze zal terug zien en zij weten dat ook niet.

De snelweg over Luik. Bij Visé moet ik even stoppen om de tranen uit mijn ogen te vegen. Niet de emotie van het afscheid nemen maar de koude wind. Geleidelijk breekt de lucht en komt een waterig zonnetje te voorschijn. Hoewel het niet koud is verkleum ik door het stilzitten. In de buurt van Bastogne pauzeer ik om een sigaret te roken en vooral om het afscheid te verteren: het is gebeurd, ik ben op weg. Een Oostenrijkse vrachtwagenchauffeur komt een praatje maken over de motor en de reis. Hij heeft veel op het Midden-Oosten gereden: “De mensen zijn er aardig en het eten is er top!” Mijn probleem: ik spreek geen woord Arabisch. Hij: “Ach, de taal. Hoe goed je de taal ook kent, wat je werkelijk wil uitdrukken kun je toch niet zeggen en voor wat gemakkelijk uit te drukken is heb je de taal niet nodig. De taal van je gezicht is belangrijker dan de taal van je mond. Een lach oogst een lach”. Ik ben het niet vergeten.

Dit bericht werd geplaatst in 2001: Midden Oosten, Vertrekken en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s